Speelgelegenhedenreglement DBZP 2026-2027
Artikel 1 – Toepassing en doel
Dit Speelgelegenhedenreglement is van toepassing op alle speelgelegenheden waar officiële wedstrijden, competities, toernooien of evenementen van Dart Bond Zaanstreek-Purmerend, hierna te noemen DBZP, worden gespeeld.
Onder officiële DBZP-activiteiten worden in ieder geval verstaan:
a. wintercompetitiewedstrijden;
b. bekerwedstrijden;
c. zomercompetitiewedstrijden;
d. rankingtoernooien;
e. finaledagen;
f. divisiekampioenschappen;
g. overige door DBZP georganiseerde of aangewezen wedstrijden, toernooien en evenementen.Dit reglement bevat organisatorische en praktische bepalingen over speelgelegenheden, waaronder:
a. aanmelding en goedkeuring van speelgelegenheden;
b. beschikbaarheid van wedstrijdbanen;
c. verantwoordelijkheid van teams en captains;
d. orde, veiligheid en toegankelijkheid;
e. storende omstandigheden;
f. wijziging van speellocatie;
g. samenwerking met exploitanten;
h. maatregelen bij tekortkomingen.De technische eisen aan dartbanen, afstanden, hoogtes, verlichting, scorevoorzieningen, paradartsbanen en baancontrole zijn opgenomen in het Technisch Reglement.
Dit reglement is van toepassing naast:
a. de statuten van DBZP;
b. het Huishoudelijk Reglement;
c. het Technisch Reglement;
d. het Tuchtreglement;
e. de afzonderlijke competitie-, beker-, ranking-, toernooi- en evenementenreglementen.In gevallen waarin dit reglement niet voorziet, beslist het bestuur of, voor wedstrijdtechnische zaken, de wedstrijdsecretaris namens het bestuur.
Bij strijdigheid tussen dit reglement en de statuten gaan de statuten voor.
Artikel 2 – Begripsbepalingen
In dit reglement wordt verstaan onder:
DBZP: Dart Bond Zaanstreek-Purmerend;
bestuur: het bestuur van DBZP;
wedstrijdsecretaris: de door DBZP aangewezen functionaris die verantwoordelijk is voor de organisatie en uitvoering van de competities en wedstrijden;
speelgelegenheid: een café, sportaccommodatie, clubgebouw, horecagelegenheid of andere locatie waar officiële DBZP-wedstrijden worden gespeeld;
exploitant: de eigenaar, uitbater, beheerder of verantwoordelijke vertegenwoordiger van een speelgelegenheid;
team: een bij DBZP ingeschreven team dat gebruikmaakt van een speelgelegenheid;
captain: de bij DBZP geregistreerde vertegenwoordiger van een team;
reservecaptain: de bij DBZP geregistreerde vervanger van de captain;
thuisteam: het team dat volgens het wedstrijdprogramma als thuisspelend team is aangewezen;
uitteam: het team dat volgens het wedstrijdprogramma als bezoekend team is aangewezen;
wedstrijdbaan: een door DBZP goedgekeurde of voorlopig goedgekeurde dartbaan waarop officiële DBZP-wedstrijden worden gespeeld;
ingooibaan: een dartbaan die beschikbaar is om spelers voorafgaand aan of tijdens een wedstrijd te laten ingooien, maar die niet noodzakelijk als wedstrijdbaan is aangewezen;
baancontroleur: een door DBZP aangewezen persoon die namens DBZP een baancontrole uitvoert;
controlecommissie: de door DBZP aangewezen commissie of groep controleurs die belast is met baancontrole;
Technisch Reglement: het reglement waarin de technische eisen aan dartbanen, verlichting, scorevoorzieningen en baancontrole zijn opgenomen;
wedstrijdreglement: het op de betreffende competitie, bekerwedstrijd, ranking, toernooi of activiteit toepasselijke reglement.
Artikel 3 – Aanmelding van een speelgelegenheid
Een team kan alleen een speelgelegenheid als thuislocatie opgeven wanneer de exploitant daarvoor vooraf toestemming heeft gegeven.
De captain is verantwoordelijk voor het verkrijgen van toestemming van de exploitant.
Wanneer een team gebruik wil maken van een bestaande en reeds bij DBZP bekende speelgelegenheid, verstrekt de captain ten minste:
a. de naam van de speelgelegenheid;
b. de vaste thuisspeelavond;
c. eventuele bijzonderheden die relevant zijn voor de competitieplanning.Wanneer een team gebruik wil maken van een nieuwe speelgelegenheid, verstrekt de captain ten minste:
a. de naam van de speelgelegenheid;
b. het adres van de speelgelegenheid;
c. de naam en contactgegevens van de exploitant of contactpersoon;
d. de vaste thuisspeelavond;
e. het aantal beschikbare wedstrijdbanen;
f. overige door DBZP gevraagde gegevens.Voor een nieuwe speelgelegenheid of nieuwe wedstrijdbaan moet de captain, exploitant of een andere betrokken vertegenwoordiger een baancontrole aanvragen via controlecommissie@dbzp.nl.
Een nieuwe speelgelegenheid of nieuwe wedstrijdbaan mag pas voor officiële DBZP-wedstrijden worden gebruikt nadat DBZP de locatie en wedstrijdbaan heeft goedgekeurd of voorlopig heeft goedgekeurd.
DBZP mag rechtstreeks contact opnemen met de exploitant om gegevens, toestemming, beschikbaarheid of praktische afspraken te controleren.
Een teaminschrijving kan voorlopig blijven zolang de opgegeven speelgelegenheid of wedstrijdbaan nog niet is goedgekeurd.
Wanneer een exploitant geen toestemming geeft of eerder gegeven toestemming intrekt, moet het team een andere speelgelegenheid opgeven.
Het zonder medeweten of toestemming van de exploitant opgeven van een speelgelegenheid is niet toegestaan.
Door het opgeven van een speelgelegenheid verklaart de captain dat de exploitant op de hoogte is van het gebruik door het team en daarvoor toestemming heeft gegeven.
Artikel 4 – Goedkeuring van een speelgelegenheid
Een speelgelegenheid kan door DBZP worden goedgekeurd wanneer deze organisatorisch en praktisch geschikt is voor officiële DBZP-wedstrijden.
Bij de beoordeling kan DBZP onder andere rekening houden met:
a. de aanwezigheid van minimaal één goedgekeurde wedstrijdbaan;
b. de beschikbaarheid van de wedstrijdbaan op de opgegeven thuisspeelavond;
c. de veiligheid en bereikbaarheid van de locatie;
d. de mogelijkheid om wedstrijden normaal en sportief te laten verlopen;
e. de medewerking van de exploitant;
f. de aanwezigheid van voldoende ruimte voor spelers, schrijvers en tegenstanders;
g. eventuele eerdere ervaringen met de speelgelegenheid;
h. de naleving van het Technisch Reglement.Goedkeuring van een speelgelegenheid betekent niet automatisch dat iedere dartbaan binnen die speelgelegenheid als wedstrijdbaan is goedgekeurd.
Een wedstrijdbaan moet afzonderlijk voldoen aan het Technisch Reglement.
DBZP kan een speelgelegenheid:
a. goedkeuren;
b. voorlopig goedkeuren onder voorwaarden;
c. weigeren;
d. tijdelijk buiten gebruik stellen;
e. geheel of gedeeltelijk afkeuren.DBZP kan aan een goedkeuring voorwaarden verbinden.
Een voorlopige goedkeuring kan worden ingetrokken wanneer niet binnen de gestelde termijn aan de voorwaarden wordt voldaan.
Een speelgelegenheid die eerder is goedgekeurd, kan opnieuw worden beoordeeld wanneer omstandigheden wijzigen of klachten daartoe aanleiding geven.
Artikel 5 – Wijziging van speelgelegenheid
Een team dat van speelgelegenheid wil veranderen, meldt dit vooraf aan de wedstrijdsecretaris.
Een wijziging van speelgelegenheid is pas geldig nadat DBZP deze heeft verwerkt en bevestigd.
Bij wijziging naar een nieuwe of nog niet goedgekeurde speelgelegenheid moet vooraf baancontrole plaatsvinden, tenzij DBZP anders beslist.
Een team mag niet zelfstandig structureel overstappen naar een andere speelgelegenheid zonder toestemming van DBZP.
Een tijdelijke wijziging van speelgelegenheid voor één wedstrijd wordt behandeld als een alternatieve speellocatie.
De captain is verantwoordelijk voor tijdige communicatie met de tegenstander, de exploitant en DBZP.
Wanneer een team gedurende het seizoen geen geschikte speelgelegenheid meer heeft, kan DBZP het team een redelijke termijn geven om een nieuwe speelgelegenheid aan te melden.
Wanneer geen geschikte speelgelegenheid wordt gevonden, kan DBZP passende maatregelen nemen, waaronder het verplaatsen van wedstrijden, het opleggen van uitwedstrijden of het uitsluiten van verdere deelname.
Artikel 6 – Verantwoordelijkheid van het thuisteam
Het thuisteam is verantwoordelijk voor een speelomgeving waarin de wedstrijd normaal, veilig en sportief kan worden gespeeld.
Het thuisteam zorgt ervoor dat de wedstrijdbaan beschikbaar is op de vastgestelde wedstrijddatum en aanvangstijd.
Het thuisteam zorgt ervoor dat de wedstrijd kan worden gespeeld op een goedgekeurde of voorlopig goedgekeurde wedstrijdbaan.
Het thuisteam zorgt ervoor dat de uitspelende spelers gelegenheid krijgen om in te gooien volgens het toepasselijke wedstrijdreglement.
Het thuisteam zorgt ervoor dat de benodigde scorevoorziening beschikbaar is.
Het thuisteam is verantwoordelijk voor duidelijke communicatie met de exploitant over de wedstrijd.
De captain van het thuisteam is het eerste aanspreekpunt voor de tegenstander bij praktische omstandigheden op de speellocatie.
Wanneer de speelgelegenheid of wedstrijdbaan niet beschikbaar is, meldt de captain van het thuisteam dit zo spoedig mogelijk aan de tegenstander en aan DBZP.
Het ontbreken van een beschikbare speelgelegenheid of wedstrijdbaan ontslaat het thuisteam niet automatisch van zijn verplichtingen uit het toepasselijke wedstrijdreglement.
Artikel 7 – Verantwoordelijkheid van de exploitant
De exploitant is geen partij bij de wedstrijd, tenzij DBZP hierover afzonderlijke afspraken heeft gemaakt.
De exploitant bepaalt de huisregels van de speelgelegenheid.
Huisregels mogen het normale verloop van een officiële DBZP-wedstrijd niet onredelijk belemmeren.
De exploitant wordt geacht medewerking te verlenen aan het gebruik van de opgegeven wedstrijdbaan op de vaste thuisspeelavond.
Wanneer een exploitant de beschikbaarheid van de wedstrijdbaan structureel niet kan waarborgen, kan DBZP de speelgelegenheid of het betreffende team opnieuw beoordelen.
De exploitant kan personen uit de speelgelegenheid verwijderen wanneer dit noodzakelijk is voor orde of veiligheid.
Een locatieverbod of andere maatregel van de exploitant staat los van eventuele maatregelen door DBZP.
DBZP is niet verantwoordelijk voor commerciële, financiële of interne afspraken tussen team en exploitant.
Artikel 8 – Aantal wedstrijdbanen
Per officiële thuiswedstrijd moet minimaal één goedgekeurde wedstrijdbaan beschikbaar zijn.
Een goedgekeurde wedstrijdbaan mag niet tegelijkertijd voor meerdere officiële wedstrijden worden gebruikt.
Wanneer meerdere teams op dezelfde avond in dezelfde speelgelegenheid thuis spelen, moeten voldoende goedgekeurde wedstrijdbanen beschikbaar zijn om alle wedstrijden zonder onredelijke hinder te kunnen spelen.
De exploitant en betrokken captains zijn verantwoordelijk voor een goede onderlinge afstemming wanneer meerdere teams tegelijk gebruikmaken van dezelfde speelgelegenheid.
Een ingooibaan wordt niet automatisch als wedstrijdbaan beschouwd.
Een ingooibaan telt alleen mee als beschikbare wedstrijdbaan wanneer deze volledig beschikbaar is en door DBZP als wedstrijdbaan is goedgekeurd of voorlopig is goedgekeurd.
Voor bijzondere competities, toernooien, finales, finaledagen of evenementen kan DBZP:
a. meer wedstrijdbanen vereisen;
b. aanvullende eisen stellen aan de speelgelegenheid;
c. tijdelijk toestemming geven voor gebruik van niet-regulier aangewezen banen, mits deze veilig en geschikt worden geacht.Toestemming als bedoeld in lid 7 geldt alleen voor de betreffende activiteit en geeft geen structurele goedkeuring voor toekomstige wedstrijden.
Artikel 9 – Beschikbaarheid van de wedstrijdbaan
De wedstrijdbaan moet tijdig beschikbaar zijn om de wedstrijd op de reglementaire aanvangstijd te kunnen starten.
De wedstrijdbaan moet beschikbaar blijven totdat de wedstrijd volledig is uitgespeeld.
De wedstrijdbaan mag tijdens de wedstrijd niet worden onderbroken door andere activiteiten, verhuur, recreatief gebruik of interne activiteiten van de speelgelegenheid.
Een korte onderbreking is alleen toegestaan wanneer beide captains daarmee instemmen en de wedstrijd daardoor niet onredelijk wordt gehinderd.
Wanneer de wedstrijdbaan niet of niet volledig beschikbaar is, kan dit gevolgen hebben volgens het toepasselijke wedstrijdreglement.
Wanneer de geplande wedstrijdbaan niet beschikbaar is, moet eerst worden onderzocht of binnen dezelfde speelgelegenheid een andere goedgekeurde wedstrijdbaan beschikbaar is.
Wanneer binnen dezelfde speelgelegenheid geen geschikte baan beschikbaar is, kan de wedstrijd alleen op een andere locatie worden gespeeld volgens de bepalingen van het toepasselijke wedstrijdreglement.
Wanneer geen geschikte baan of alternatieve locatie beschikbaar is, beslist de wedstrijdsecretaris over de gevolgen.
Artikel 10 – Ingooien
Het uitteam moet voorafgaand aan de wedstrijd gelegenheid krijgen om in te gooien op de wedstrijdbaan.
De minimale ingooitijd wordt bepaald in het toepasselijke wedstrijdreglement.
Wanneer het toepasselijke wedstrijdreglement geen minimale ingooitijd vermeldt, geldt een richtlijn van vijftien minuten.
Het recht op ingooien geldt alleen wanneer het uitteam tijdig aanwezig is.
Het thuisteam en de exploitant moeten redelijk meewerken aan het beschikbaar stellen van de wedstrijdbaan voor het ingooien.
Het ontbreken van een aparte ingooibaan is geen tekortkoming, tenzij een specifiek reglement of evenement dit uitdrukkelijk vereist.
Wanneer een ingooibaan beschikbaar is, mogen teams daarvan gebruikmaken voor zover dit het wedstrijdverloop niet belemmert.
Artikel 11 – Wedstrijdomgeving
De directe wedstrijdomgeving moet zodanig zijn ingericht dat de wedstrijd normaal, veilig en sportief kan worden gespeeld.
Spelers moeten ongehinderd kunnen werpen.
De schrijver moet veilig en op redelijke afstand kunnen schrijven.
Tegenstanders moeten de wedstrijd kunnen volgen zonder spelers of schrijver te hinderen.
Toeschouwers mogen spelers, schrijvers en captains niet onredelijk hinderen.
Tafels, stoelen, barkrukken, pilaren, geluidsapparatuur, decoratie of andere objecten mogen het spel niet onredelijk belemmeren.
De speelruimte moet voldoende veilig zijn om darts te werpen en uit het bord te halen.
Wanneer de directe wedstrijdomgeving naar het oordeel van DBZP onvoldoende veilig of onvoldoende geschikt is, kan DBZP maatregelen nemen.
Artikel 12 – Geluid, muziek en evenementen
Een speelgelegenheid mag tijdens een DBZP-wedstrijd reguliere horeca-activiteiten voortzetten.
Muziek, televisie, publiek en normale horecadrukte zijn op zichzelf geen reden om een wedstrijd niet te spelen.
Geluid, muziek of andere activiteiten mogen het normale wedstrijdverloop niet ernstig of onredelijk belemmeren.
Onder ernstige of onredelijke belemmering kan onder andere worden verstaan:
a. live muziek direct naast de wedstrijdbaan;
b. een feest of evenement waardoor spelers niet normaal kunnen werpen;
c. geluidsniveau waardoor normale communicatie tussen speler en schrijver onmogelijk wordt;
d. een situatie waarin het scoreverloop niet controleerbaar kan worden bijgehouden;
e. activiteiten waardoor spelers of schrijvers niet veilig kunnen functioneren.Wanneer een storing of hinder redelijkerwijs kan worden verminderd, moeten het thuisteam en de exploitant eerst de gelegenheid krijgen dit te herstellen.
Wanneer herstel niet mogelijk is of niet plaatsvindt, kan de wedstrijd onder protest worden voortgezet of kan een beroep worden gedaan op het toepasselijke wedstrijdreglement.
Bij discussie over de ernst van hinder beslist de wedstrijdsecretaris achteraf op basis van de beschikbare informatie.
Artikel 13 – Veiligheid en orde
De speelgelegenheid moet voldoende veilig zijn voor spelers, schrijvers, captains, vrijwilligers en overige aanwezigen.
Het thuisteam en de exploitant moeten redelijkerwijs bijdragen aan een ordelijk verloop van de wedstrijd.
Onveilige situaties moeten zo spoedig mogelijk worden gemeld aan de captain van het thuisteam, de exploitant en, indien nodig, DBZP.
Bij acute onveiligheid mag een wedstrijd worden onderbroken.
Een wedstrijd mag alleen definitief worden gestaakt wanneer voortzetting redelijkerwijs niet verantwoord is.
Bij staking van een wedstrijd wordt de wedstrijdsecretaris zo spoedig mogelijk geïnformeerd.
Wangedrag, bedreiging, intimidatie, discriminatie, fysiek geweld of andere ernstige incidenten kunnen worden behandeld volgens het Tuchtreglement.
Huisregels van de speelgelegenheid blijven van toepassing, voor zover deze niet in strijd zijn met de verplichtingen van DBZP-teams uit de reglementen.
Artikel 14 – Toegankelijkheid
Een speelgelegenheid moet voor bezoekende teams redelijk toegankelijk zijn.
DBZP kan bij de beoordeling van een speelgelegenheid rekening houden met:
a. bereikbaarheid;
b. veiligheid van toegang en uitgang;
c. openingstijden;
d. beschikbaarheid van de wedstrijdruimte;
e. toegankelijkheid voor spelers met een lichamelijke beperking.Niet iedere speelgelegenheid hoeft volledig rolstoeltoegankelijk te zijn, tenzij dit voor een specifieke wedstrijd, speler of activiteit redelijkerwijs noodzakelijk is en tijdig is gemeld.
Wanneer een speler met een lichamelijke beperking deelneemt, werken teams, captain, exploitant en DBZP redelijk samen om deelname mogelijk te maken.
Paradartsbanen en technische eisen daarvoor worden geregeld in het Technisch Reglement.
Artikel 15 – Scorevoorziening en wedstrijdadministratie
De speelgelegenheid of het thuisteam moet ervoor zorgen dat een bruikbare scorevoorziening beschikbaar is.
De technische eisen aan scorevoorzieningen zijn opgenomen in het Technisch Reglement.
Wanneer digitaal wordt geschreven, moet een werkend en geschikt digitaal apparaat beschikbaar zijn.
Wanneer digitale scoreverwerking niet werkt of uitvalt, moet handmatig kunnen worden geschreven.
Een storing in digitale scoreverwerking is geen geldige reden om een wedstrijd niet te spelen wanneer handmatig schrijven mogelijk is.
De wedstrijdadministratie, uitslagverwerking en bewaarplicht van wedstrijdformulieren worden geregeld in het toepasselijke wedstrijdreglement.
Artikel 16 – Alternatieve speellocatie
Een wedstrijd mag op een andere speellocatie worden gespeeld wanneer het toepasselijke wedstrijdreglement dit toestaat.
De alternatieve speellocatie moet geschikt zijn voor de betreffende wedstrijd.
De alternatieve speellocatie moet beschikken over een goedgekeurde of voorlopig goedgekeurde wedstrijdbaan, tenzij DBZP vooraf anders beslist voor een specifieke activiteit.
De oorspronkelijke thuis- en uitstatus blijft behouden, tenzij beide captains uitdrukkelijk overeenkomen dat de wedstrijd administratief wordt omgedraaid en het toepasselijke wedstrijdreglement dit toestaat.
Een wijziging van alleen de speellocatie wordt niet automatisch verwerkt als wijziging van thuis- en uitteam.
De captain van het thuisteam meldt een wijziging van alleen de speellocatie zo spoedig mogelijk aan de tegenstander en aan DBZP.
De melding aan DBZP vindt bij voorkeur plaats via de e-mailfunctie binnen Teambeheer of een ander door DBZP aangewezen kanaal.
Bij twijfel over de geschiktheid van een alternatieve speellocatie beslist de wedstrijdsecretaris.
Artikel 17 – Onbeschikbaarheid van de geplande thuislocatie
Wanneer de geplande thuislocatie of wedstrijdbaan niet beschikbaar is, moet de captain van het thuisteam dit zo spoedig mogelijk melden aan de captain van de tegenstander.
De captain van het thuisteam moet daarbij vermelden:
a. waarom de geplande locatie of baan niet beschikbaar is;
b. of binnen dezelfde speelgelegenheid een andere goedgekeurde baan beschikbaar is;
c. of een alternatieve geschikte locatie beschikbaar is;
d. of volgens het toepasselijke wedstrijdreglement een nieuwe datum nodig is.Een locatieprobleem moet zo vroeg mogelijk worden gemeld en mag niet onnodig worden uitgesteld tot kort voor de wedstrijd.
Wanneer een speelgelegenheid of wedstrijdbaan niet beschikbaar is, wordt eerst gekeken of de wedstrijd op de oorspronkelijke datum op een geschikte alternatieve locatie kan worden gespeeld.
Een wedstrijd wordt alleen verzet wanneer dit volgens het toepasselijke wedstrijdreglement is toegestaan of wanneer de wedstrijdsecretaris daartoe beslist.
Wanneer teams geen overeenstemming bereiken over de praktische oplossing, beslist de wedstrijdsecretaris.
Het niet beschikbaar zijn van de eigen thuislocatie geeft het thuisteam niet automatisch recht op verplaatsing van de wedstrijd naar een latere datum.
De gevolgen van het niet beschikbaar zijn van de speelgelegenheid of wedstrijdbaan worden bepaald volgens het toepasselijke wedstrijdreglement.
Artikel 18 – Baancontrole en technische beoordeling
Baancontrole wordt uitgevoerd volgens het Technisch Reglement.
Een nieuwe, gewijzigde of verplaatste wedstrijdbaan moet vóór officieel gebruik worden gecontroleerd en goedgekeurd of voorlopig goedgekeurd.
Een bestaande goedgekeurde wedstrijdbaan kan opnieuw worden gecontroleerd wanneer:
a. de baan is verplaatst;
b. de speelruimte is gewijzigd;
c. de verlichting is aangepast;
d. de oche of werplijn is gewijzigd;
e. de scorevoorziening is gewijzigd;
f. sprake is van klachten of twijfel over de geschiktheid;
g. DBZP periodieke herkeuring noodzakelijk acht.Een verzoek om baancontrole of herkeuring kan worden ingediend via controlecommissie@dbzp.nl.
Een speelgelegenheid of team moet meewerken aan een redelijke controle of herkeuring.
Wanneer controle of herkeuring structureel wordt geweigerd of onmogelijk wordt gemaakt, kan DBZP de betreffende baan of speelgelegenheid buiten gebruik stellen voor officiële wedstrijden.
Artikel 19 – Tekortkomingen
Een tekortkoming is een omstandigheid waardoor een speelgelegenheid, wedstrijdbaan of wedstrijdomgeving niet of niet volledig voldoet aan de reglementen van DBZP.
Tekortkomingen kunnen onder andere betrekking hebben op:
a. niet-beschikbaarheid van de wedstrijdbaan;
b. technische gebreken aan de dartbaan;
c. onvoldoende of storende verlichting;
d. onveilige omstandigheden;
e. storende activiteiten in de directe wedstrijdomgeving;
f. ontbrekende of onbruikbare scorevoorziening;
g. onvoldoende medewerking aan baancontrole;
h. gebruik van een niet-goedgekeurde baan.Een tekortkoming moet, voor zover redelijk mogelijk, eerst worden gemeld aan de captain van het thuisteam en aan de exploitant.
Het thuisteam en de exploitant moeten, voor zover redelijk mogelijk, gelegenheid krijgen om de tekortkoming te herstellen.
Een herstelmogelijkheid hoeft niet te worden geboden wanneer sprake is van acuut gevaar, ernstige onveiligheid of een situatie waarin voortzetting redelijkerwijs niet kan worden verlangd.
Wanneer een tekortkoming niet wordt hersteld, kan de tegenstander handelen volgens het toepasselijke wedstrijdreglement.
DBZP kan een tekortkoming gebruiken als aanleiding voor controle, waarschuwing, voorlopige goedkeuring, afkeuring of andere maatregelen.
Artikel 20 – Structurele tekortkomingen
Van structurele tekortkomingen is sprake wanneer een speelgelegenheid of wedstrijdbaan herhaaldelijk of langdurig niet voldoet aan de eisen van DBZP.
Structurele tekortkomingen kunnen onder andere blijken uit:
a. herhaalde klachten;
b. meerdere claims of protesten;
c. herhaalde onbeschikbaarheid van de wedstrijdbaan;
d. terugkerende ernstige hinder;
e. herhaald niet naleven van technische eisen;
f. gebrek aan medewerking van team of exploitant.Bij structurele tekortkomingen kan DBZP:
a. een waarschuwing geven;
b. voorwaarden stellen aan verder gebruik;
c. een termijn geven voor herstel;
d. een herkeuring verplichten;
e. de baan of speelgelegenheid tijdelijk buiten gebruik stellen;
f. goedkeuring intrekken;
g. het team verplichten een andere speelgelegenheid te zoeken;
h. aanvullende maatregelen nemen volgens de toepasselijke reglementen.DBZP streeft ernaar een exploitant en betrokken team vooraf te informeren voordat structurele maatregelen worden genomen, tenzij directe maatregelen noodzakelijk zijn.
Wanneer een speelgelegenheid structureel ongeschikt blijkt, kan DBZP besluiten dat daar geen officiële wedstrijden meer mogen worden gespeeld.
Artikel 21 – Bijzondere wedstrijden, finaledagen en evenementen
Voor bijzondere wedstrijden, finaledagen, rankingtoernooien, divisiekampioenschappen en evenementen kan DBZP aanvullende eisen stellen aan de speelgelegenheid.
Aanvullende eisen kunnen onder andere betrekking hebben op:
a. aantal beschikbare wedstrijdbanen;
b. aanwezigheid van ingooibanen;
c. ruimte voor wedstrijdleiding;
d. ruimte voor publiek;
e. geluidsinstallatie;
f. podium of finalebaan;
g. livestream, camera’s of technische voorzieningen;
h. openingstijden;
i. horeca-afspraken;
j. veiligheid en crowd control.DBZP bepaalt welke speelgelegenheid wordt aangewezen voor een bijzondere wedstrijd, finaledag of evenement.
Een team kan geen aanspraak maken op het spelen van een finale of evenement in de eigen speelgelegenheid.
DBZP kan voor een specifiek evenement tijdelijke aanvullende praktische bepalingen vaststellen.
Tijdelijke evenementbepalingen gelden alleen voor het betreffende evenement, tenzij DBZP anders bepaalt.
Artikel 22 – Huisregels van speelgelegenheden
Huisregels van een speelgelegenheid blijven van toepassing op spelers, teams, vrijwilligers, officials en publiek.
Onder huisregels kunnen onder andere vallen:
a. rookbeleid;
b. alcoholbeleid;
c. sluitingstijden;
d. gedragsregels;
e. toegangsregels;
f. regels over consumpties;
g. veiligheidsvoorschriften.Teams en spelers moeten redelijke huisregels naleven.
Huisregels mogen niet worden gebruikt om een DBZP-wedstrijd zonder geldige reden onmogelijk te maken.
Wanneer huisregels botsen met DBZP-reglementen of het normale wedstrijdverloop, proberen captain, exploitant en DBZP tot een praktische oplossing te komen.
Bij discussie beslist de wedstrijdsecretaris of het bestuur over de DBZP-gevolgen.
Maatregelen van een exploitant, zoals verwijdering uit de locatie of een locatieverbod, worden niet automatisch door DBZP overgenomen.
DBZP kan wel een eigen maatregel nemen wanneer de omstandigheden daartoe aanleiding geven.
Artikel 23 – Aansprakelijkheid
Deelname aan wedstrijden en aanwezigheid in speelgelegenheden geschiedt voor eigen risico, behoudens aansprakelijkheid die volgens de wet niet kan worden uitgesloten.
DBZP is niet aansprakelijk voor schade, verlies, diefstal of letsel in een speelgelegenheid, tenzij sprake is van aansprakelijkheid die volgens de wet niet kan worden uitgesloten.
De exploitant blijft verantwoordelijk voor de eigen locatie, inventaris, huisregels en bedrijfsvoering.
Teams en spelers zijn verantwoordelijk voor schade die zij veroorzaken.
DBZP kan veroorzaakte schade verhalen op degene die de schade heeft veroorzaakt, voor zover dit volgens de wet en reglementen mogelijk is.
Schade, diefstal, agressie of andere ernstige incidenten kunnen worden behandeld volgens het Tuchtreglement.
Artikel 24 – Communicatie
Officiële communicatie over speelgelegenheden verloopt via de door DBZP aangewezen kanalen.
DBZP kan communiceren met:
a. captains;
b. reservecaptains;
c. exploitanten;
d. baancontroleurs;
e. commissieleden;
f. andere betrokken functionarissen.Captains zijn verantwoordelijk voor het actueel houden van de gegevens van hun speelgelegenheid.
Captains zijn verantwoordelijk voor het doorgeven van wijzigingen die invloed kunnen hebben op wedstrijden.
Wijzigingen of problemen met een speelgelegenheid moeten zo spoedig mogelijk worden gemeld.
DBZP kan berichten aan de captain en reservecaptain beschouwen als mededelingen aan het team.
Wanneer een exploitant rechtstreeks door DBZP wordt geïnformeerd, ontslaat dit de captain niet van de verantwoordelijkheid om het eigen team en de tegenstander tijdig te informeren.
Artikel 25 – Reglementen en onderlinge verhouding
Dit Speelgelegenhedenreglement bevat organisatorische bepalingen over speelgelegenheden.
Het Technisch Reglement bevat de technische eisen aan dartbanen, afstanden, verlichting, scorevoorzieningen en baancontrole.
Het toepasselijke wedstrijdreglement bepaalt de wedstrijdtechnische gevolgen van tekortkomingen, claims, verplaatsingen, niet opkomen en uitslagverwerking.
Het Tuchtreglement is van toepassing wanneer sprake is van wangedrag, misbruik, ernstige overtredingen of disciplinaire maatregelen.
Bij strijd tussen een algemene bepaling in dit reglement en een specifieke bepaling in een wedstrijdreglement geldt de specifieke wedstrijdregel, voor zover deze niet in strijd is met de statuten of een besluit van de Algemene Ledenvergadering.
Bij strijd tussen dit reglement en het Technisch Reglement over technische eisen aan de dartbaan, is het Technisch Reglement leidend.
Bij strijd tussen dit reglement en de statuten zijn de statuten leidend.
Artikel 26 – Slotbepalingen
Dit Speelgelegenhedenreglement treedt in werking bij aanvang van het seizoen 2026-2027.
Met de inwerkingtreding van dit reglement vervallen eerdere bepalingen over speelgelegenheden, voor zover deze door dit reglement worden vervangen.
Het bestuur kan kennelijke schrijf-, taal-, nummerings- en verwijzingsfouten herstellen, mits daarmee geen inhoudelijke wijziging wordt aangebracht.
Inhoudelijke wijzigingen van dit reglement worden vastgesteld door de Algemene Ledenvergadering, tenzij het gaat om uitvoeringsbesluiten die binnen de bevoegdheid van het bestuur vallen.
DBZP publiceert de geldende versie van dit reglement via de website of een ander officieel communicatiekanaal.
In alle gevallen waarin dit reglement niet voorziet, beslist het bestuur met inachtneming van de statuten, het Huishoudelijk Reglement en de overige DBZP-reglementen.