Technisch Reglement DBZP 2026-2027
Artikel 1 – Toepassing en doel
Dit Technisch Reglement is van toepassing op alle dartbanen waarop officiële wedstrijden van Dart Bond Zaanstreek-Purmerend, hierna te noemen DBZP, worden gespeeld.
Onder officiële DBZP-wedstrijden worden in ieder geval verstaan:
a. wintercompetitiewedstrijden;
b. bekerwedstrijden;
c. zomercompetitiewedstrijden;
d. finaledagen;
e. rankingtoernooien;
f. overige door DBZP aangewezen wedstrijden, toernooien of evenementen.Een officiële DBZP-wedstrijd mag uitsluitend worden gespeeld op een door DBZP goedgekeurde of voorlopig goedgekeurde wedstrijdbaan.
Dit reglement bevat de technische eisen aan:
a. dartbanen;
b. dartborden;
c. afstanden en hoogtes;
d. oches en werplijnen;
e. verlichting;
f. scorevoorzieningen;
g. dartmateriaal;
h. paradartsbanen;
i. baancontrole en herkeuring.Organisatorische bepalingen over speelgelegenheden, toegang, beschikbaarheid van banen, storende omstandigheden en verantwoordelijkheid van thuisspelende teams zijn opgenomen in het Speelgelegenhedenreglement.
In gevallen waarin dit reglement niet voorziet, beslist het bestuur of een door het bestuur aangewezen bevoegde functionaris.
Bij strijdigheid tussen dit reglement en de statuten gaan de statuten voor.
Artikel 2 – Begripsbepalingen
In dit reglement wordt verstaan onder:
DBZP: Dart Bond Zaanstreek-Purmerend;
bestuur: het bestuur van DBZP;
controlecommissie: de door DBZP aangewezen commissie of groep controleurs die belast is met baancontrole;
controleur: een door DBZP aangewezen persoon die namens DBZP een baancontrole uitvoert;
wedstrijdbaan: een dartbaan waarop officiële DBZP-wedstrijden worden of kunnen worden gespeeld;
dartbaan: de combinatie van dartbord, ophanging, werplijn of oche, speelruimte, verlichting, scorevoorziening en directe omgeving;
dartbord: het bord waarop met steeltip darts wordt gegooid;
bullseye: het middelpunt van het dartbord;
oche: een verhoogde of duidelijk gemarkeerde werplijn waarachter de speler moet blijven tijdens het werpen;
werplijn: de lijn waarachter de speler moet blijven wanneer geen verhoogde oche aanwezig is;
paradartsbaan: een dartbaan die door DBZP is goedgekeurd voor gebruik door paradarters;
DBZP-keurmerk: het door DBZP verstrekte bewijs dat een wedstrijdbaan is goedgekeurd of voorlopig is goedgekeurd;
scorevoorziening: een scorebord, tablet of ander door DBZP toegestaan systeem waarmee scores tijdens een wedstrijd worden bijgehouden;
officiële wedstrijd: iedere wedstrijd, competitiewedstrijd, bekerwedstrijd, finalewedstrijd, rankingwedstrijd of andere wedstrijd die onder verantwoordelijkheid van DBZP wordt gespeeld.
Artikel 3 – Dartbord
Een dartbord moet in goede staat verkeren.
Het dartbord mag geen grote beschadigingen, oneffenheden of gebreken hebben die het spel kunnen beïnvloeden.
Het dartbord moet volledig vlak hangen.
De bedrading van het dartbord moet goed zichtbaar zijn.
De bedrading mag niet hinderlijk glimmen.
De nummering moet aanwezig zijn, juist zijn bevestigd en goed leesbaar zijn.
De dubbel 20 en de bullseye moeten te allen tijde visueel rood zijn, ongeacht de gebruikte verlichting of overige omstandigheden.
In een straal van minimaal 10 centimeter rondom het dartbord moet voldoende pijlbeschermend materiaal aanwezig zijn.
Een dartbord dat naar het oordeel van de controlecommissie of het bestuur niet geschikt is voor officiële wedstrijden, kan worden afgekeurd.
Artikel 4 – Bordhoogte
Bij een reguliere dartbaan moet het middelpunt van de bullseye zich op een hoogte van 173 centimeter bevinden.
De toegestane afwijking op deze hoogte bedraagt maximaal 1 centimeter naar boven of naar beneden.
De hoogte wordt verticaal gemeten vanaf de vloer ter hoogte van de werplijn tot het middelpunt van de bullseye.
Bij een paradartsbaan moet het middelpunt van de bullseye zich op een hoogte van 137 centimeter bevinden.
De toegestane afwijking bij een paradartsbaan bedraagt eveneens maximaal 1 centimeter naar boven of naar beneden.
Wanneer de bordhoogte buiten de toegestane afwijking valt, kan de baan worden afgekeurd.
Artikel 5 – Werpafstand, diagonaal en oche
De achterkant van de werplijn moet zich op 237 centimeter bevinden, horizontaal gemeten vanaf de voorkant van het dartbord.
De werpafstand begint achter de werplijn.
De diagonale afstand vanaf het middelpunt van de bullseye tot de achterkant van de werplijn bedraagt 293 centimeter.
Bij een reguliere dartbaan moet gebruik worden gemaakt van een duidelijk aanwezige oche of werplijn.
Wanneer gebruik wordt gemaakt van een verhoogde oche, moet deze een hoogte hebben van minimaal 3,8 centimeter en maximaal 6,0 centimeter.
De breedte van de oche bedraagt minimaal 61 centimeter.
Een paradartsbaan heeft geen verhoogde oche, maar wel een duidelijk op de vloer aangegeven werplijn.
De werplijn, oche of markering moet tijdens een wedstrijd duidelijk zichtbaar en bruikbaar blijven.
Wanneer de werpafstand, diagonale afstand, oche of werplijn niet voldoet aan dit artikel, kan de baan worden afgekeurd.
Artikel 6 – Vloer en bescherming
Wanneer tussen de werplijn en het dartbord een stenen of anderszins harde vloer aanwezig is, moet hierop een beschermende laag worden aangebracht.
Deze beschermende laag moet minimaal 15 centimeter breder zijn dan de oche.
De beschermende laag mag geen gevaar opleveren voor spelers, schrijvers of andere aanwezigen.
De beschermende laag mag de werphouding of werpafstand niet beïnvloeden.
Het bestuur of de controlecommissie kan aanvullende eisen stellen wanneer de vloer of omgeving naar het oordeel van DBZP onvoldoende veilig of onvoldoende spelvriendelijk is.
Artikel 7 – Vrije ruimte rondom de speler
Rondom de speler moet voldoende vrije ruimte aanwezig zijn om de worp ongehinderd uit te voeren.
Als richtlijn geldt een vrije ruimte van minimaal 1 meter rondom de speler.
De controlecommissie kan van deze richtlijn afwijken wanneer zij oordeelt dat een kleinere vrije ruimte het spel niet belemmert.
Objecten, muren, tafels, stoelen, pilaren, baronderdelen of andere hindernissen mogen de speler niet op onredelijke wijze belemmeren.
De speelruimte moet zodanig zijn ingericht dat spelers veilig kunnen werpen en hun darts veilig uit het bord kunnen halen.
Wanneer de vrije ruimte of speelruimte naar het oordeel van de controlecommissie onvoldoende veilig of onvoldoende bruikbaar is, kan de baan worden afgekeurd of onder voorwaarden worden goedgekeurd.
Artikel 8 – Verlichting algemeen
Het dartbord moet voorzien zijn van goede en gelijkmatige verlichting.
Schaduwvorming moet tot een minimum worden beperkt.
De verlichting mag niet als storend worden beoordeeld door de controlecommissie.
De verlichting mag geen verblindende uitwerking hebben op spelers, schrijvers of andere direct betrokkenen.
De opstelling van de verlichting mag de speler op geen enkele wijze hinderen of belemmeren bij zijn of haar worp.
De verlichting moet zodanig zijn dat de vakken, bedrading, nummering, dubbel 20 en bullseye duidelijk zichtbaar zijn.
Het scorebord of de tablet moet zodanig verlicht of ingesteld zijn dat de score voor spelers duidelijk zichtbaar is.
Wanneer een tablet wordt gebruikt voor scoreregistratie, moet de helderheid duidelijk maar niet verblindend zijn ingesteld.
Artikel 9 – Lichtsterkte en kleurtemperatuur
De gemeten lichtsterkte op de Triple 20, Triple 16 en Triple 15 moet minimaal 600 lux bedragen.
De kleurtemperatuur van de verlichting moet tussen 2700 en 3000 Kelvin liggen.
Wanneer gebruik wordt gemaakt van surroundverlichting, moet de gemeten lichtsterkte op de bullseye minimaal 300 lux bedragen.
Bij surroundverlichting met een diepte van 9,5 centimeter of kleiner moet de verticale afstand van de bullseye tot de bovenste rand van de surround minimaal 27,5 centimeter bedragen.
Voor iedere 0,5 centimeter extra diepte van de surroundverlichting stijgt de minimaal vereiste verticale afstand van de bullseye tot de bovenste rand van de surround met 1 centimeter.
Wanneer de verlichting naar het oordeel van de controlecommissie of het bestuur het spel belemmert, kan de baan worden afgekeurd of onder voorwaarden worden goedgekeurd.
Wanneer lichtsterkte of kleurtemperatuur niet exact kan worden gemeten, beoordeelt de controlecommissie op basis van de beschikbare meetmiddelen en waarneming of de verlichting voldoende geschikt is voor officiële wedstrijden.
Artikel 10 – Scorevoorziening
Spelers moeten tijdens de partij hun score kunnen zien.
De score wordt bijgehouden op een scorebord, tablet of ander door DBZP toegestaan scoresysteem.
Het scorebord, de tablet of de scorevoorziening moet naast of in de directe nabijheid van het dartbord zijn geplaatst.
De plaatsing van de scorevoorziening mag spelers niet hinderen bij het werpen.
De schrijver moet de score kunnen noteren zonder zichzelf of de spelers in gevaar te brengen.
De scorevoorziening moet zodanig zichtbaar zijn dat spelers hun score of resterende score redelijkerwijs kunnen controleren.
Wanneer digitaal wordt geschreven, moet het gebruikte apparaat stabiel geplaatst en goed leesbaar zijn.
Het gebruikte digitale apparaat moet een minimale schermgrootte hebben met een diagonaal van 9,7 inch.
Een tablet of digitaal scoreapparaat mag niet verblindend zijn ingesteld.
Wanneer de scorevoorziening niet voldoet aan dit artikel, kan de baan worden afgekeurd of onder voorwaarden worden goedgekeurd.
Artikel 11 – Digitale scoreverwerking
Digitale scoreverwerking, waaronder DartConnect of een ander door DBZP toegestaan systeem, is toegestaan.
Automatische scoreverwerking is niet toegestaan.
Bij digitale scoreverwerking is altijd handmatige invoer door een schrijver vereist.
Wanneer digitaal wordt geschreven, blijft het thuisspelende team verantwoordelijk voor een correcte en werkende scorevoorziening.
Het gebruikte apparaat moet geschikt zijn voor het registreren van de wedstrijd en mag het spelverloop niet hinderen.
Wanneer digitale scoreverwerking niet werkt of uitvalt, moet de wedstrijd analoog kunnen worden voortgezet.
Het gebruik van digitale scoreverwerking ontslaat teams niet van verplichtingen rond wedstrijdformulieren en uitslagverwerking in het toepasselijke wedstrijdreglement.
Artikel 12 – Dartmateriaal
Iedere speler mag gebruikmaken van steeltip darts.
De totale lengte van een dart mag niet meer dan 30,5 centimeter bedragen.
Het gewicht van een dart mag niet meer dan 50 gram bedragen.
Darts mogen geen aanpassingen bevatten die schade toebrengen aan het dartbord, de baan of de speelomgeving.
Darts mogen geen gevaar opleveren voor spelers, schrijvers of andere aanwezigen.
Bij twijfel over de toelaatbaarheid van dartmateriaal beslist de wedstrijdsecretaris, het bestuur of een aanwezige controleur.
Artikel 13 – DBZP-keurmerk
Iedere door DBZP goedgekeurde of voorlopig goedgekeurde wedstrijdbaan moet zijn voorzien van een DBZP-keurmerk.
Het DBZP-keurmerk is een door DBZP uitgereikt bewijs van goedkeuring of voorlopige goedkeuring.
Het keurmerk moet duidelijk zichtbaar zijn gemonteerd bij de dartbaan.
Het moet duidelijk zijn op welke dartbaan het keurmerk betrekking heeft.
Wanneer een baan wordt afgekeurd, moet het keurmerk op eerste verzoek van het bestuur of de controlecommissie worden verwijderd en worden afgegeven aan degene die tot afkeuring is overgegaan.
Het zonder toestemming gebruiken, verplaatsen of namaken van een DBZP-keurmerk is niet toegestaan.
Misbruik van een DBZP-keurmerk kan worden behandeld volgens het Tuchtreglement of leiden tot andere maatregelen.
Artikel 14 – Paradartsbanen
Een paradartsbaan is een dartbaan die door DBZP is goedgekeurd voor deelname door paradarters.
Bij een paradartsbaan bevindt het middelpunt van de bullseye zich op 137 centimeter hoogte.
De toegestane afwijking op deze hoogte bedraagt maximaal 1 centimeter naar boven of naar beneden.
Een paradartsbaan heeft geen verhoogde oche.
De werplijn van een paradartsbaan moet duidelijk op de vloer zijn aangegeven.
Een paradartsbaan moet zodanig zijn ingericht dat een paradarter veilig en verantwoord kan werpen.
Wanneer een speelgelegenheid beschikt over een goedgekeurde paradartsbaan, kan een speler die volgens de door DBZP gehanteerde criteria als paradarter deelneemt daarvan gebruikmaken.
Een paradarter is niet verplicht gebruik te maken van een paradartsbaan en mag ook spelen op een reguliere dartbaan.
De keuze voor een baan tijdens een wedstrijd wordt verder geregeld in het toepasselijke wedstrijdreglement.
Artikel 15 – Baancontrole algemeen
Baancontroles mogen worden uitgevoerd door het bestuur of door het bestuur aangewezen controleurs.
Aangestelde controleurs zijn lid van de DBZP-controlecommissie.
Leden van de controlecommissie en bestuursleden mogen controles alleen in persoon verrichten.
Bij controle zijn altijd minimaal twee controleurs aanwezig.
Voor de toepassing van dit reglement worden de twee aanwezige controleurs gelijkgesteld aan de controlecommissie.
Baancontroles worden in beginsel niet tijdens wedstrijden gehouden.
Wanneer mogelijk vindt baancontrole plaats in overleg met de uitbater.
Baancontrole vindt bij voorkeur zodanig plaats dat een baan eventueel kan worden aangepast en herkeurd vóór de eerstvolgende officiële wedstrijd.
Iedere wedstrijdbaan moet ten minste één keer per vijf seizoenen opnieuw worden gecontroleerd.
Een nieuwe, gewijzigde of verplaatste wedstrijdbaan moet altijd vooraf bij DBZP worden gemeld voordat daarop officiële DBZP-wedstrijden worden gespeeld.
Bij verhuizing, verbouwing of een wezenlijke wijziging aan de dartbaan, speelruimte, verlichting, oche, scorevoorziening of baanopstelling is herkeuring verplicht.
Een uitbater, team of bestuurslid kan om keuring of herkeuring vragen via controlecommissie@dbzp.nl.
Herkeuring wordt zo spoedig mogelijk verricht door bevoegde personen.
Artikel 16 – Objectieve keuringscriteria
De controlecommissie controleert dartbanen op objectieve en subjectieve criteria.
Objectieve criteria zijn harde technische eisen waarvan niet of slechts in zeer uitzonderlijke gevallen kan worden afgeweken.
Tot de objectieve criteria behoren in ieder geval:
a. hoogte van het dartbord;
b. werpafstand;
c. diagonale afstand;
d. aanwezigheid, hoogte en breedte van de oche of werplijn;
e. aanwezigheid en bruikbaarheid van scorebord, tablet of scorevoorziening;
f. aanwezigheid van het DBZP-keurmerk;
g. afstandseisen bij surroundverlichting;
h. minimale lichtsterkte waar deze meetbaar en controleerbaar is.Voldoet een baan naar het oordeel van de controlecommissie of het bestuur niet aan één of meerdere objectieve criteria, dan kan de baan worden afgekeurd.
Op een afgekeurde baan mogen geen officiële DBZP-wedstrijden worden gespeeld totdat de baan is aangepast, herkeurd en goedgekeurd.
Artikel 17 – Subjectieve keuringscriteria
Subjectieve criteria zijn omstandigheden waarvan de controlecommissie beoordeelt of deze het spel beïnvloeden.
Tot de subjectieve criteria behoren in ieder geval:
a. algemene verlichting en schaduwvorming;
b. staat van het dartbord;
c. vrije ruimte rondom de speler;
d. plaats van de schrijver;
e. plaatsing van scorebord, tablet of scorevoorziening;
f. aanwezigheid en kwaliteit van beschermende vloer- of wandlagen;
g. overige spelbeïnvloedende factoren.Voldoet een baan naar het oordeel van de controlecommissie niet aan één of meerdere subjectieve criteria, dan kan de controlecommissie het bestuur adviseren om de baan af te keuren of onder voorwaarden goed te keuren.
Het bestuur streeft ernaar om uiterlijk binnen één week na een advies over subjectieve gebreken een besluit te nemen of een herkeuring te laten uitvoeren.
Tussen advies en herkeuring mag de baan worden bespeeld, tenzij de controlecommissie of het bestuur oordeelt dat dit onverantwoord of onsportief is.
Wanneer herkeuring leidt tot afkeuring, mogen op de betreffende baan geen officiële DBZP-wedstrijden worden gespeeld totdat aanpassing, herkeuring en goedkeuring hebben plaatsgevonden.
De controlecommissie mag afwijken van een subjectief criterium wanneer aannemelijk is dat dit geen invloed heeft op een officiële wedstrijd.
Artikel 18 – Goedkeuring, voorlopige goedkeuring en afkeuring
Na controle kan een baan worden:
a. goedgekeurd;
b. voorlopig goedgekeurd onder voorwaarden;
c. afgekeurd.Bij goedkeuring mag de baan worden gebruikt voor officiële DBZP-wedstrijden.
Bij voorlopige goedkeuring mag de baan worden gebruikt onder de door DBZP gestelde voorwaarden.
Bij afkeuring mag de baan niet worden gebruikt voor officiële DBZP-wedstrijden.
Een afkeuring wordt opgeheven wanneer de baan is aangepast, opnieuw is gecontroleerd en door DBZP is goedgekeurd.
Wanneer een uitbater het niet mogelijk maakt om binnen een door het bestuur te bepalen redelijke termijn een baancontrole te laten verrichten, kan het bestuur besluiten alle aanwezige wedstrijdbanen van de betreffende speelgelegenheid af te keuren of tijdelijk buiten gebruik te stellen voor DBZP-wedstrijden.
Een besluit tot afkeuring of voorlopige goedkeuring wordt zo duidelijk mogelijk gemotiveerd.
DBZP kan aan een voorlopige goedkeuring een termijn verbinden waarbinnen aanpassingen moeten zijn uitgevoerd.
Artikel 19 – Klachten en meldingen over dartbanen
Klachten over dartbanen kunnen per e-mail kenbaar worden gemaakt via controlecommissie@dbzp.nl.
Een klacht moet zo concreet mogelijk worden omschreven.
Bij voorkeur bevat een klacht:
a. naam van de speelgelegenheid;
b. aanduiding van de betreffende baan;
c. datum waarop het gebrek is vastgesteld;
d. omschrijving van het gebrek;
e. foto’s of meetgegevens, indien beschikbaar.Het indienen van een klacht betekent niet automatisch dat een gespeelde wedstrijd wordt aangepast of ongeldig wordt verklaard.
Het bestuur of de controlecommissie beoordeelt of de klacht aanleiding geeft tot:
a. controle;
b. herkeuring;
c. waarschuwing;
d. afkeuring;
e. voorlopige goedkeuring onder voorwaarden;
f. een andere passende maatregel.
Artikel 20 – Gebruik van een niet-goedgekeurde baan
Een officiële DBZP-wedstrijd mag niet worden gespeeld op een niet-goedgekeurde baan.
Een verzoek om op een niet-goedgekeurde baan te spelen moet worden geweigerd.
Wanneer op de speellocatie geen goedgekeurde wedstrijdbaan beschikbaar is, kan het uitspelende team de wedstrijd claimen overeenkomstig het toepasselijke wedstrijdreglement.
Wanneer beide teams desondanks besluiten op een niet-goedgekeurde baan te spelen, kan het bestuur besluiten de wedstrijd ongeldig te verklaren of andere maatregelen te treffen.
Teams zijn zelf verantwoordelijk voor het vooraf controleren of de aangewezen baan beschikt over een geldige DBZP-goedkeuring.
Het bewust gebruiken van een niet-goedgekeurde baan kan worden meegewogen bij een claim, sanctie of beoordeling van de betreffende speelgelegenheid.
Artikel 21 – Meetpunten en visuele uitleg
DBZP kan bij dit reglement een visuele afbeelding publiceren met de belangrijkste meetpunten en technische eisen.
Deze afbeelding kan onder meer bevatten:
a. hoogte bullseye reguliere baan: 173 centimeter;
b. hoogte bullseye paradartsbaan: 137 centimeter;
c. horizontale werpafstand: 237 centimeter;
d. diagonale afstand: 293 centimeter;
e. minimale breedte oche: 61 centimeter;
f. toegestane hoogte verhoogde oche: 3,8 tot en met 6,0 centimeter;
g. minimale beschermingszone rondom het bord: 10 centimeter;
h. minimale verbreding beschermlaag bij harde vloer: 15 centimeter breder dan de oche;
i. richtlijn vrije ruimte rondom speler: 1 meter;
j. basisregels voor verlichting en scorevoorziening.De visuele afbeelding is bedoeld als praktische ondersteuning bij dit reglement.
Bij strijdigheid tussen de afbeelding en de tekst van dit reglement is de tekst van dit reglement leidend.
De afbeelding kan door DBZP worden aangepast wanneer dit nodig is voor verduidelijking, zolang de aanpassing geen inhoudelijke wijziging van dit reglement vormt.
Artikel 22 – Slotbepalingen
Dit Technisch Reglement treedt in werking bij aanvang van het seizoen 2026-2027.
Met de inwerkingtreding van dit reglement vervallen eerdere technische bepalingen, voor zover deze door dit reglement worden vervangen.
Wijzigingen worden na verwerking gepubliceerd op de website van DBZP.
Het bestuur kan kennelijke schrijf-, taal-, nummerings- en verwijzingsfouten herstellen, mits daarmee geen inhoudelijke wijziging wordt aangebracht.
Inhoudelijke wijzigingen van dit reglement worden vastgesteld door de Algemene Ledenvergadering, tenzij het gaat om uitvoeringsbesluiten die binnen de bevoegdheid van het bestuur vallen.
In alle gevallen waarin dit reglement niet voorziet, beslist het bestuur met inachtneming van de statuten, het Huishoudelijk Reglement en de overige DBZP-reglementen.