Tuchtreglement

In dit reglement vindt je alle belangrijke regels omtrent tuchtzaken bij de DBZP.

Actuele versie
v1.0
Publicatiedatum
11 juli 2026 15:57
Categorie
Algemeen

De online tekst hieronder hoort bij dezelfde gepubliceerde versie als de PDF-download. Gebruik bij twijfel altijd de actuele versie die op deze pagina staat.

Terug naar boven

Tuchtreglement DBZP 2026-2027

Artikel 1 – Toepassing en doel

  1. Dit Tuchtreglement is van toepassing op Dart Bond Zaanstreek-Purmerend, hierna te noemen DBZP.

  2. Dit reglement is van toepassing op:

    a. leden;
    b. aspirant-leden;
    c. teams;
    d. captains en reservecaptains;
    e. bestuursleden, commissieleden en vrijwilligers;
    f. deelnemers aan door of namens DBZP georganiseerde wedstrijden, toernooien, vergaderingen en evenementen;
    g. andere personen die zich vrijwillig aan de reglementen en besluiten van DBZP hebben onderworpen.

  3. Dit reglement heeft tot doel:

    a. de orde, veiligheid en sportiviteit binnen DBZP te bewaken;
    b. overtredingen zorgvuldig en evenredig af te handelen;
    c. betrokkenen gelegenheid te geven hun standpunt kenbaar te maken;
    d. een onafhankelijke beroepsprocedure te bieden;
    e. de belangen en goede naam van DBZP en de dartsport te beschermen.

  4. Dit reglement is ondergeschikt aan de wet en de statuten van DBZP.

  5. Wanneer een specifiek competitie-, toernooi- of evenementenreglement reeds een vaste wedstrijdtechnische of administratieve sanctie voorschrijft, wordt die sanctie in beginsel volgens dat reglement toegepast.

  6. Dit Tuchtreglement is van toepassing wanneer:

    a. een specifiek reglement naar dit Tuchtreglement verwijst;
    b. naast een wedstrijdtechnische sanctie een aanvullende disciplinaire sanctie wordt overwogen;
    c. een overtreding niet volledig in een ander reglement is geregeld.


Artikel 2 – Begripsbepalingen

In dit reglement wordt verstaan onder:

  1. betrokkene: de persoon of het team tegen wie een melding, onderzoek of tuchtzaak is gericht;

  2. melder: de persoon of organisatie die een mogelijke overtreding bij DBZP meldt;

  3. bestuur: het algemeen bestuur van DBZP;

  4. tuchtcommissie: de door de Algemene Ledenvergadering benoemde commissie die beroepen tegen bestuursbesluiten behandelt;

  5. overtreding: handelen of nalaten in strijd met de wet, statuten, reglementen, besluiten of gerechtvaardigde belangen van DBZP;

  6. sanctie: een door het bestuur of een bevoegd verenigingsorgaan opgelegde disciplinaire straf;

  7. voorlopige maatregel: een tijdelijke maatregel ter bescherming van veiligheid, orde, onderzoek of verenigingsbelangen, die niet als definitieve sanctie geldt;

  8. schriftelijk: per brief, e-mail, via de captainstool of via een ander door DBZP aangewezen en controleerbaar digitaal kanaal;

  9. ontzetting: definitieve beëindiging van het lidmaatschap wegens handelen in strijd met de statuten, reglementen of besluiten van DBZP, of wegens het op onredelijke wijze benadelen van DBZP.


Artikel 3 – Tuchtrechtelijke overtredingen

  1. Tuchtrechtelijk verwijtbaar is ieder handelen of nalaten dat:

    a. in strijd is met de statuten, reglementen of rechtsgeldige besluiten van DBZP;
    b. de belangen, veiligheid of goede naam van DBZP schaadt;
    c. een eerlijk en ordelijk verloop van wedstrijden, toernooien of evenementen belemmert;
    d. de integriteit van de dartsport of een DBZP-competitie aantast.

  2. Onder een overtreding kunnen onder andere worden verstaan:

    a. onsportief gedrag;
    b. belediging, bedreiging, intimidatie of discriminatie;
    c. verbaal of fysiek geweld;
    d. ongewenst of seksueel grensoverschrijdend gedrag;
    e. fraude, valsheid in gegevens of manipulatie van uitslagen;
    f. bewust opstellen van niet-speelgerechtigde spelers;
    g. het beïnvloeden of vervalsen van wedstrijd-, financiële of administratieve gegevens;
    h. vernieling, beschadiging of diefstal van eigendommen;
    i. misbruik van persoonsgegevens, digitale systemen of toegangsrechten;
    j. het bewust niet opvolgen van aanwijzingen van bevoegde functionarissen;
    k. het niet naleven van een reeds opgelegde sanctie of voorlopige maatregel;
    l. vergelding tegen een melder, getuige of andere betrokkene;
    m. gebruik, bezit, verstrekking of handel in verboden middelen tijdens een DBZP-activiteit;
    n. ander gedrag dat redelijkerwijs onverenigbaar is met deelname aan DBZP-activiteiten.

  3. Een overtreding kan zowel tijdens als buiten een DBZP-activiteit plaatsvinden wanneer er een voldoende duidelijk verband bestaat met DBZP, haar leden, teams, vrijwilligers, speelgelegenheden of activiteiten.

  4. Een team kan verantwoordelijk worden gehouden voor:

    a. gedragingen van spelers die namens dat team optreden;
    b. gedragingen van supporters of begeleiders wanneer het team daar redelijkerwijs invloed op had;
    c. structureel of herhaald nalaten van de captain om binnen het team op te treden.

  5. Het opleggen van een sanctie aan een team sluit een afzonderlijke sanctie aan één of meerdere individuele betrokkenen niet uit.


Artikel 4 – Melding van een mogelijke overtreding

  1. Een mogelijke overtreding kan schriftelijk bij het bestuur worden gemeld.

  2. Een melding bevat voor zover mogelijk:

    a. naam en contactgegevens van de melder;
    b. naam van de betrokkene;
    c. datum, plaats en omschrijving van het voorval;
    d. beschikbare bewijsstukken;
    e. namen van eventuele getuigen;
    f. reeds genomen maatregelen of verrichte meldingen.

  3. Een anonieme melding kan in behandeling worden genomen wanneer:

    a. de melding voldoende concreet en controleerbaar is;
    b. de ernst van de vermeende overtreding onderzoek rechtvaardigt;
    c. er aanvullende onafhankelijke informatie beschikbaar is.

  4. Het bestuur kan ook zonder formele melding een onderzoek starten wanneer het zelf kennisneemt van een mogelijke overtreding.

  5. Een melder ontvangt voor zover redelijk mogelijk een bevestiging van ontvangst.

  6. Een melding wordt vertrouwelijk behandeld. Volledige anonimiteit kan niet worden gegarandeerd wanneer hoor en wederhoor of een zorgvuldige behandeling bekendmaking van bepaalde informatie noodzakelijk maakt.

  7. Het bewust indienen van een aantoonbaar valse of misleidende melding kan zelf als overtreding worden aangemerkt.

  8. Het enkele feit dat een melding niet kan worden bewezen of wordt afgewezen, betekent niet dat de melding vals of misleidend was.


Artikel 5 – Vooronderzoek

  1. Het bestuur beoordeelt na ontvangst van een melding of:

    a. DBZP bevoegd is de melding te behandelen;
    b. een ander reglement rechtstreeks van toepassing is;
    c. nader onderzoek noodzakelijk is;
    d. een voorlopige maatregel nodig is;
    e. de melding kennelijk ongegrond of onvoldoende concreet is.

  2. Het bestuur kan voor het vooronderzoek:

    a. aanvullende informatie opvragen;
    b. wedstrijdformulieren, beelden of digitale gegevens raadplegen;
    c. betrokkenen en getuigen benaderen;
    d. advies vragen aan een commissie of onafhankelijke deskundige;
    e. informatie opvragen bij een speelgelegenheid of andere betrokken organisatie.

  3. Een bestuurslid dat persoonlijk bij de zaak betrokken is of een direct tegenstrijdig belang heeft, neemt niet deel aan het onderzoek en de besluitvorming.

  4. Het bestuur kan besluiten een melding niet verder te behandelen wanneer:

    a. DBZP kennelijk niet bevoegd is;
    b. de melding onvoldoende concreet is en niet kan worden aangevuld;
    c. geen redelijk vermoeden van een overtreding bestaat;
    d. de zaak reeds definitief is afgehandeld en geen nieuwe relevante informatie beschikbaar is.

  5. De melder en betrokkene worden, voor zover passend, schriftelijk over het niet verder behandelen geïnformeerd.

  6. Het bestuur kan een melding doorverwijzen naar:

    a. het wedstrijdsecretariaat;
    b. een toernooi- of wedstrijdleiding;
    c. de tuchtcommissie, wanneer dit reglement dat voorschrijft;
    d. een externe instantie of bevoegde autoriteit.


Artikel 6 – Voorlopige maatregelen

  1. Het bestuur kan vóór een definitieve beslissing een voorlopige maatregel opleggen wanneer dit noodzakelijk is voor:

    a. de veiligheid van betrokkenen;
    b. de orde tijdens wedstrijden of evenementen;
    c. de bescherming van bewijs of onderzoek;
    d. het voorkomen van herhaling of verdere schade;
    e. het voorkomen van ernstige verstoring van DBZP-activiteiten.

  2. Een voorlopige maatregel kan onder andere bestaan uit:

    a. tijdelijke uitsluiting van één of meerdere wedstrijden of evenementen;
    b. tijdelijke ontzegging van toegang tot een DBZP-activiteit;
    c. tijdelijke beperking van digitale toegangsrechten;
    d. tijdelijke schorsing van een functie of taak die door het bestuur is toegekend;
    e. een tijdelijk contactverbod binnen DBZP-verband;
    f. een andere passende tijdelijke maatregel.

  3. Een voorlopige maatregel is geen definitieve sanctie.

  4. De voorlopige maatregel wordt schriftelijk gemotiveerd en treedt onmiddellijk of op een in het besluit genoemde datum in werking.

  5. De betrokkene wordt zo spoedig mogelijk in de gelegenheid gesteld op de maatregel te reageren.

  6. Een voorlopige maatregel geldt voor maximaal vier weken.

  7. Het bestuur kan de maatregel eenmaal gemotiveerd met maximaal vier weken verlengen wanneer het onderzoek nog niet is afgerond.

  8. Wanneer sprake is van een zeer ernstig of complex onderzoek kan het bestuur, na de betrokkene te hebben gehoord, een langere voorlopige maatregel opleggen.

  9. De duur van een voorlopige uitsluiting of schorsing kan bij een definitieve sanctie geheel of gedeeltelijk in mindering worden gebracht.

  10. Tegen een voorlopige maatregel kan de betrokkene een gemotiveerd verzoek tot heroverweging indienen bij het bestuur.

  11. Het bestuur beslist zo spoedig mogelijk op een verzoek tot heroverweging.


Artikel 7 – Kennisgeving en recht op verweer

  1. Wanneer het bestuur een tuchtprocedure voortzet, ontvangt de betrokkene schriftelijk:

    a. een duidelijke omschrijving van de verweten gedragingen;
    b. de mogelijk overtreden bepalingen;
    c. de belangrijkste beschikbare informatie en bewijsstukken;
    d. de termijn waarbinnen verweer kan worden gevoerd;
    e. de mogelijkheid om getuigen of aanvullende stukken aan te dragen;
    f. de mogelijke verdere procedure.

  2. Informatie kan worden weggelaten of geanonimiseerd wanneer dit noodzakelijk is ter bescherming van een melder, getuige, minderjarige of andere zwaarwegende belangen.

  3. Het weglaten van informatie mag het voeren van een redelijk en effectief verweer niet onmogelijk maken.

  4. De betrokkene krijgt in beginsel veertien dagen om schriftelijk te reageren.

  5. Het bestuur kan op gemotiveerd verzoek een redelijke verlenging verlenen.

  6. De betrokkene mag zich tijdens de procedure laten bijstaan door één vertrouwenspersoon, gemachtigde of adviseur.

  7. De kosten van bijstand komen voor rekening van de betrokkene.

  8. Bij een aspirant-lid of andere minderjarige betrokkene wordt de wettelijke vertegenwoordiger geïnformeerd en bij de procedure betrokken, tenzij zwaarwegende veiligheids- of beschermingsbelangen zich daartegen verzetten.

  9. Wanneer een betrokkene niet binnen de gestelde termijn reageert, kan de procedure op basis van de beschikbare informatie worden voortgezet.


Artikel 8 – Horen van betrokkenen

  1. Het bestuur kan de betrokkene, melder en getuigen uitnodigen voor een mondeling gesprek.

  2. Een mondelinge behandeling vindt in ieder geval plaats wanneer het bestuur overweegt:

    a. een schorsing van meer dan één maand op te leggen;
    b. een langdurige uitsluiting op te leggen;
    c. het lidmaatschap op te zeggen;
    d. ontzetting uit het lidmaatschap uit te spreken;
    e. een andere zeer ingrijpende sanctie op te leggen.

  3. Van een mondelinge behandeling kan worden afgezien wanneer:

    a. de betrokkene schriftelijk verklaart geen gebruik te willen maken van het recht te worden gehoord;
    b. de betrokkene zonder geldige reden niet verschijnt;
    c. de feiten volledig worden erkend en geen geschil over de omstandigheden bestaat;
    d. onmiddellijke besluitvorming noodzakelijk is en uitstel niet verantwoord is.

  4. De betrokkene wordt tijdig geïnformeerd over datum, tijd, plaats en wijze van de behandeling.

  5. De behandeling kan fysiek of digitaal plaatsvinden.

  6. Tijdens de behandeling krijgen de betrokkene en het bestuur voldoende gelegenheid hun standpunten toe te lichten.

  7. Getuigen kunnen afzonderlijk worden gehoord.

  8. Van de behandeling wordt een schriftelijk verslag of zakelijke samenvatting gemaakt.

  9. De betrokkene kan binnen een redelijke termijn feitelijke onjuistheden in het verslag melden.


Artikel 9 – Besluitvorming door het bestuur

  1. Het bestuur beslist op basis van:

    a. de melding;
    b. het verzamelde bewijs;
    c. het verweer van de betrokkene;
    d. verklaringen van getuigen;
    e. de omstandigheden van het geval;
    f. eerdere relevante overtredingen;
    g. de richtlijnen uit de bijlage bij dit reglement.

  2. Een overtreding kan worden vastgesteld wanneer het bestuur op basis van de beschikbare en betrouwbaar geachte informatie voldoende aannemelijk acht dat de verweten gedraging heeft plaatsgevonden.

  3. Het bestuur houdt bij de beslissing onder andere rekening met:

    a. de aard en ernst van de overtreding;
    b. de gevolgen voor anderen en voor DBZP;
    c. de mate van verwijtbaarheid;
    d. eventuele provocatie of verzachtende omstandigheden;
    e. de houding van de betrokkene;
    f. erkenning, herstel of schadevergoeding;
    g. eerdere overtredingen;
    h. de leeftijd en persoonlijke omstandigheden van de betrokkene;
    i. de noodzaak van veiligheid, preventie en een evenwichtige competitie.

  4. Het bestuur kan:

    a. vaststellen dat geen overtreding is bewezen;
    b. de zaak zonder sanctie afsluiten;
    c. een waarschuwing of corrigerende maatregel geven;
    d. één of meerdere sancties opleggen;
    e. voorwaarden verbinden aan verdere deelname;
    f. de zaak doorverwijzen naar een ander bevoegd orgaan.

  5. Het bestuursbesluit wordt genomen volgens de besluitvormingsregels uit de statuten en het Huishoudelijk Reglement.

  6. Bestuursleden die niet aan het onderzoek en de volledige beraadslaging hebben kunnen deelnemen, stemmen alleen mee wanneer zij voldoende kennis van het dossier hebben genomen.


Artikel 10 – Mogelijke maatregelen en sancties

  1. Het bestuur kan, afhankelijk van de overtreding, één of meerdere van de volgende maatregelen of sancties opleggen:

    a. een mondelinge of schriftelijke waarschuwing;
    b. een berisping;
    c. een verplicht gesprek of begeleidingstraject;
    d. de verplichting excuses aan te bieden of schade te herstellen;
    e. een boete, eventueel vermeerderd met administratiekosten;
    f. vergoeding van aantoonbaar veroorzaakte schade;
    g. puntenaftrek;
    h. het ongeldig verklaren van een uitslag, prestatie of plaatsing;
    i. reglementair verlies van één of meerdere partijen of wedstrijden;
    j. uitsluiting van één of meerdere wedstrijden, toernooien of evenementen;
    k. uitsluiting voor een bepaalde periode;
    l. tijdelijke beperking of beëindiging van een door het bestuur toegekende functie;
    m. schorsing van het lidmaatschap;
    n. opzegging van het lidmaatschap namens DBZP;
    o. ontzetting uit het lidmaatschap;
    p. uitsluiting of verwijdering van een team uit een competitie of evenement;
    q. een andere passende maatregel binnen de bevoegdheden van DBZP.

  2. Een waarschuwing geldt als een corrigerende maatregel en kan bij herhaling worden meegewogen.

  3. Een berisping is een formele schriftelijke afkeuring die in het tuchtdossier wordt opgenomen.

  4. Een boete moet evenredig zijn aan de overtreding en wordt schriftelijk gemotiveerd.

  5. Betaling van een boete ontslaat de betrokkene niet van de verplichting veroorzaakte schade te vergoeden.

  6. Een schorsing kan betrekking hebben op:

    a. het lidmaatschap;
    b. deelname aan wedstrijden en evenementen;
    c. stemrecht of toegang tot activiteiten, voor zover de statuten dit toestaan;
    d. een door het bestuur toegekende functie of taak.

  7. Tijdens een schorsing blijft de betrokkene gehouden aan de verplichtingen die uit het lidmaatschap voortvloeien, waaronder reeds verschuldigde betalingen.

  8. Ontzetting uit het lidmaatschap kan alleen worden uitgesproken wanneer de betrokkene:

    a. in strijd met de statuten, reglementen of besluiten van DBZP handelt; of
    b. DBZP op onredelijke wijze benadeelt.

  9. Een sanctie kan geheel of gedeeltelijk voorwaardelijk worden opgelegd.

  10. Aan een voorwaardelijke sanctie wordt een proeftijd van maximaal twee jaar verbonden.

  11. Wanneer tijdens de proeftijd opnieuw een overtreding wordt vastgesteld, kan de voorwaardelijke sanctie alsnog worden uitgevoerd.

  12. Het bestuur kan aanvullende voorwaarden opleggen, zoals:

a. naleving van een gedragsafspraak;
b. contactbeperking;
c. begeleiding door een captain of bestuurslid;
d. herstel van schade;
e. deelname onder toezicht;
f. een andere passende voorwaarde.


Artikel 11 – Schriftelijke beslissing en inwerkingtreding

  1. Een besluit waarbij een formele sanctie wordt opgelegd, wordt schriftelijk en gemotiveerd aan de betrokkene meegedeeld.

  2. Het besluit vermeldt in ieder geval:

    a. de vastgestelde feiten;
    b. de overtreden bepalingen;
    c. de belangrijkste overwegingen;
    d. de opgelegde sanctie en duur;
    e. de datum van inwerkingtreding;
    f. eventuele voorwaarden;
    g. de toepasselijke beroepsmogelijkheid en beroepstermijn.

  3. Bij een teamsanctie wordt het besluit aan de captain en reservecaptain verzonden.

  4. Bij een minderjarige betrokkene wordt het besluit tevens aan de wettelijke vertegenwoordiger verzonden.

  5. Een gewone sanctie treedt in werking op de eerste dag na schriftelijke kennisgeving, tenzij in het besluit een andere datum is genoemd.

  6. Het bestuur kan bepalen dat een sanctie direct uitvoerbaar is wanneer veiligheid, orde of andere zwaarwegende belangen dit vereisen.

  7. De betrokkene wordt geacht kennis te hebben genomen van een besluit wanneer dit is verzonden naar het laatst bij DBZP geregistreerde e-mailadres of via het aangewezen digitale systeem beschikbaar is gesteld.


Artikel 12 – Beroep bij de tuchtcommissie

  1. Tegen een bestuursbesluit waarbij een sanctie is opgelegd, kan de betrokkene beroep instellen bij de tuchtcommissie.

  2. Dit artikel is niet van toepassing op een besluit tot opzegging namens DBZP of ontzetting uit het lidmaatschap. Daarop is artikel 13 van toepassing.

  3. Het beroep moet binnen zes weken na dagtekening van het bestuursbesluit schriftelijk worden ingediend.

  4. Het beroepschrift bevat ten minste:

    a. naam en contactgegevens van de appellant;
    b. het besluit waartegen beroep wordt ingesteld;
    c. de gronden van het beroep;
    d. de gewenste uitkomst;
    e. eventuele aanvullende bewijsstukken.

  5. Een onvolledig beroepschrift kan worden aangevuld binnen een door de tuchtcommissie gestelde termijn.

  6. Een te laat ingediend beroep kan alsnog ontvankelijk worden verklaard wanneer redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de appellant in verzuim is geweest.

  7. Voor het indienen of behandelen van een beroep worden geen administratiekosten in rekening gebracht.

  8. Het bestuur verstrekt het volledige relevante dossier uiterlijk binnen veertien dagen na ontvangst van het beroepschrift aan de tuchtcommissie.

  9. Het bestuur verstrekt op verzoek van de tuchtcommissie binnen veertien dagen aanvullende informatie.

  10. Het beroep schorst de werking van de sanctie, tenzij:

a. het bestuur de sanctie wegens veiligheid of orde direct uitvoerbaar heeft verklaard;
b. sprake is van een voorlopige maatregel;
c. de tuchtcommissie anders beslist.

  1. De appellant kan de tuchtcommissie verzoeken de onmiddellijke uitvoering tijdelijk op te heffen.

  2. De tuchtcommissie beslist zo spoedig mogelijk op een verzoek tot tijdelijke opheffing.


Artikel 13 – Opzegging en ontzetting uit het lidmaatschap

  1. Een besluit tot opzegging namens DBZP of ontzetting uit het lidmaatschap wordt genomen door het bestuur overeenkomstig de statuten.

  2. De betrokkene wordt zo spoedig mogelijk schriftelijk en met opgave van redenen van het besluit in kennis gesteld.

  3. Tegen een besluit tot:

    a. opzegging namens DBZP omdat redelijkerwijs niet kan worden verlangd het lidmaatschap te laten voortduren; of
    b. ontzetting uit het lidmaatschap,

    staat binnen één maand na ontvangst van de kennisgeving beroep open bij de Algemene Ledenvergadering.

  4. Het beroep wordt schriftelijk bij het bestuur ingediend.

  5. Het bestuur brengt het beroep zo spoedig mogelijk op de agenda van een Algemene Ledenvergadering.

  6. Gedurende de beroepstermijn en zolang het beroep niet definitief is behandeld, is de betrokkene geschorst.

  7. De geschorste betrokkene heeft toegang tot de Algemene Ledenvergadering waarin het beroep wordt behandeld en heeft het recht daarover het woord te voeren.

  8. De Algemene Ledenvergadering kan het besluit:

    a. bevestigen;
    b. vernietigen;
    c. wijzigen in een lichtere sanctie;
    d. terugverwijzen naar het bestuur voor nader onderzoek.

  9. Wanneer geen tijdig beroep wordt ingesteld, wordt het besluit definitief na afloop van de beroepstermijn.

  10. Wanneer één bestuursbesluit zowel ontzetting of opzegging als andere sancties bevat, wordt het beroep tegen het gehele besluit door de Algemene Ledenvergadering behandeld.


Artikel 14 – Samenstelling van de tuchtcommissie

  1. De tuchtcommissie bestaat uit minimaal drie en maximaal zeven leden van DBZP.

  2. De leden van de tuchtcommissie worden door de Algemene Ledenvergadering voor een periode van vier jaar benoemd.

  3. Herbenoeming is mogelijk.

  4. Een bestuurslid kan niet gelijktijdig lid zijn van de tuchtcommissie.

  5. Maximaal twee leden die tot hetzelfde team behoren of bij dezelfde speelgelegenheid betrokken zijn, kunnen gelijktijdig zitting hebben in de tuchtcommissie.

  6. De tuchtcommissie wijst uit haar midden aan:

    a. een voorzitter;
    b. een secretaris of dossierbeheerder.

  7. De Algemene Ledenvergadering kan één of meerdere reserveleden benoemen.

  8. Het lidmaatschap van de tuchtcommissie eindigt:

    a. na afloop van de benoemingstermijn;
    b. door vrijwillig terugtreden;
    c. door beëindiging van het DBZP-lidmaatschap;
    d. door ontslag door de Algemene Ledenvergadering;
    e. door overlijden.

  9. Wanneer een vacature ontstaat, wordt deze zo spoedig mogelijk aan de Algemene Ledenvergadering voorgelegd.

  10. Wanneer spoedige aanvulling nodig is om een beroep te kunnen behandelen, kan de tuchtcommissie een onafhankelijk DBZP-lid voor één specifieke zaak als tijdelijk commissielid aanwijzen.

  11. Een tijdelijk commissielid moet aan dezelfde onafhankelijkheids- en geheimhoudingsvereisten voldoen als een regulier commissielid.

  12. Een tijdelijke aanwijzing wordt tijdens de eerstvolgende Algemene Ledenvergadering gemeld.


Artikel 15 – Onafhankelijkheid en verschoning

  1. Een lid van de tuchtcommissie neemt niet deel aan een zaak wanneer:

    a. het commissielid zelf bij de zaak betrokken is;
    b. de betrokkene, melder of een belangrijke getuige tot hetzelfde team behoort;
    c. de zaak rechtstreeks betrekking heeft op de eigen speelgelegenheid;
    d. sprake is van een familie-, zakelijke of andere nauwe persoonlijke relatie;
    e. het commissielid eerder namens het bestuur bij de beslissing betrokken was;
    f. andere omstandigheden bestaan waardoor de onpartijdigheid redelijkerwijs kan worden betwijfeld.

  2. Een commissielid meldt een mogelijke belangenverstrengeling direct aan de voorzitter van de tuchtcommissie.

  3. De appellant of het bestuur kan gemotiveerd verzoeken een commissielid van behandeling uit te sluiten.

  4. De overige niet-betrokken commissieleden beslissen over het verzoek.

  5. Voor iedere zaak wordt een behandelend panel samengesteld van ten minste drie onafhankelijke commissieleden.

  6. Het behandelend panel bestaat bij voorkeur uit een oneven aantal leden.

  7. Wanneer onvoldoende onafhankelijke leden beschikbaar zijn, wordt gebruikgemaakt van reserveleden of tijdelijke commissieleden.


Artikel 16 – Behandeling van het beroep

  1. De tuchtcommissie beoordeelt:

    a. of de procedure zorgvuldig is verlopen;
    b. of de feiten voldoende aannemelijk zijn;
    c. of de juiste bepalingen zijn toegepast;
    d. of de sanctie evenredig is;
    e. of nieuwe feiten of omstandigheden tot een andere beslissing moeten leiden.

  2. De tuchtcommissie stelt het bestuur in de gelegenheid schriftelijk op het beroep te reageren.

  3. De appellant ontvangt de reactie van het bestuur en krijgt gelegenheid daarop te reageren.

  4. De tuchtcommissie kan:

    a. aanvullende stukken opvragen;
    b. getuigen horen;
    c. deskundigen raadplegen;
    d. de appellant en het bestuur uitnodigen voor een mondelinge behandeling;
    e. nader onderzoek laten verrichten.

  5. De appellant en het bestuur worden in beginsel in elkaars aanwezigheid gehoord.

  6. De tuchtcommissie kan partijen of getuigen afzonderlijk horen wanneer daarvoor zwaarwegende redenen bestaan.

  7. De appellant mag zich laten bijstaan door één vertrouwenspersoon, gemachtigde of adviseur.

  8. Het bestuur kan zich laten vertegenwoordigen door één of meerdere bestuursleden of een adviseur.

  9. Wanneer een partij zonder geldige reden niet verschijnt, kan de zaak op basis van het dossier worden behandeld.

  10. Van een mondelinge behandeling wordt een zakelijke schriftelijke samenvatting gemaakt.

  11. De tuchtcommissie behandelt het beroep vertrouwelijk.


Artikel 17 – Uitspraak van de tuchtcommissie

  1. De tuchtcommissie beslist bij meerderheid van stemmen.

  2. Ieder behandelend commissielid heeft één stem.

  3. De tuchtcommissie kan het bestuursbesluit:

    a. niet-ontvankelijk verklaren;
    b. bevestigen;
    c. geheel of gedeeltelijk vernietigen;
    d. wijzigen;
    e. vervangen door een lichtere of andere passende sanctie;
    f. terugverwijzen naar het bestuur voor nader onderzoek of een nieuw besluit.

  4. De tuchtcommissie kan alleen een zwaardere sanctie opleggen wanneer:

    a. tijdens het beroep nieuwe ernstige feiten naar voren zijn gekomen;
    b. de appellant vooraf is geïnformeerd dat een zwaardere sanctie wordt overwogen;
    c. de appellant gelegenheid heeft gekregen zich daartegen te verweren.

  5. De uitspraak wordt schriftelijk gemotiveerd.

  6. De uitspraak vermeldt:

    a. de samenstelling van het behandelend panel;
    b. de feiten en standpunten;
    c. de beoordeling;
    d. de beslissing;
    e. de datum van inwerkingtreding.

  7. De tuchtcommissie streeft ernaar binnen vier weken na ontvangst van het volledige dossier uitspraak te doen.

  8. De uitspraak wordt uiterlijk binnen drie maanden na ontvangst van het volledige dossier gedaan.

  9. Wanneer deze termijn door bijzondere omstandigheden niet haalbaar is, worden partijen schriftelijk geïnformeerd over de reden en de verwachte beslistermijn.

  10. De uitspraak is binnen DBZP bindend voor het bestuur en de betrokkenen.

  11. De uitspraak wordt aan de appellant en het bestuur verzonden.


Artikel 18 – Vertrouwelijkheid, registratie en publicatie

  1. Het bestuur, de tuchtcommissie en overige bij de procedure betrokken functionarissen behandelen tuchtzaken vertrouwelijk.

  2. Informatie uit een tuchtdossier wordt uitsluitend gedeeld met personen die deze informatie voor de behandeling of uitvoering nodig hebben.

  3. Een betrokkene, melder of getuige wordt geacht terughoudend om te gaan met vertrouwelijke stukken en persoonsgegevens van anderen.

  4. DBZP houdt een intern register bij van:

    a. opgelegde formele sancties;
    b. beroepszaken;
    c. duur en afloop van sancties;
    d. relevante voorwaarden en recidivetermijnen.

  5. Tuchtdossiers worden niet langer bewaard dan noodzakelijk voor:

    a. uitvoering van de sanctie;
    b. beoordeling van herhaling;
    c. juridische verantwoording;
    d. bescherming van betrokkenen en DBZP.

  6. DBZP kan een tuchtbesluit geheel of gedeeltelijk publiceren wanneer dit noodzakelijk is voor:

    a. de uitvoering van de sanctie;
    b. duidelijkheid over wedstrijd- of verenigingsgevolgen;
    c. bescherming van leden en deelnemers;
    d. transparantie over een zaak met grote verenigingsimpact.

  7. Publicatie vindt waar mogelijk geanonimiseerd of beperkt plaats.

  8. Bij de beslissing over publicatie worden de privacy, leeftijd, veiligheid en belangen van betrokkenen meegewogen.

  9. Uitspraken over minderjarigen worden niet herkenbaar gepubliceerd, tenzij dit noodzakelijk is ter bescherming van anderen en wettelijk is toegestaan.


Artikel 19 – Schade, kosten en externe procedures

  1. Voor het indienen van een melding, verweer of beroep worden door DBZP geen administratiekosten in rekening gebracht.

  2. Iedere partij draagt in beginsel de eigen kosten van bijstand, advies of juridische ondersteuning.

  3. DBZP kan een betrokkene verplichten aantoonbaar veroorzaakte schade te vergoeden.

  4. Een schadevergoedingsverplichting staat los van een disciplinaire sanctie.

  5. Wanneer een overtreding mogelijk tevens een strafbaar feit vormt, kan DBZP:

    a. aangifte doen;
    b. betrokkenen adviseren zelf aangifte te doen;
    c. informatie verstrekken aan bevoegde instanties wanneer daarvoor een wettelijke grondslag bestaat.

  6. Een interne tuchtprocedure kan naast een politieonderzoek, strafzaak of civiele procedure plaatsvinden.

  7. Het bestuur kan de interne behandeling tijdelijk opschorten wanneer een extern onderzoek anders ernstig zou worden belemmerd.

  8. Kosten en proceskosten van een civiele of strafrechtelijke procedure worden bepaald volgens de toepasselijke wetgeving en eventuele rechterlijke beslissing.

  9. Kosten die volgens een rechterlijke uitspraak aan DBZP toekomen, worden op de betreffende partij verhaald.

  10. Een rechterlijke kostenveroordeling tegen DBZP komt ten laste van DBZP en niet persoonlijk ten laste van individuele bestuurs- of commissieleden, behoudens opzet, bewuste roekeloosheid of een andersluidende rechterlijke beslissing.


Artikel 20 – Richtlijnen voor sancties

  1. Bij het bepalen van een sanctie gebruikt het bestuur de richtlijnen in Bijlage 1.

  2. De richtlijnen zijn geen automatische straflijst.

  3. Het bestuur kan gemotiveerd van een richtlijn afwijken wanneer:

    a. de ernst of gevolgen van de overtreding dit rechtvaardigen;
    b. sprake is van verzachtende omstandigheden;
    c. sprake is van herhaling;
    d. meerdere overtredingen tegelijk zijn gepleegd;
    e. de veiligheid of integriteit van DBZP dit vereist.

  4. Herhaling van een soortgelijke overtreding binnen vijf jaar kan strafverzwarend worden meegewogen.

  5. Ook oudere overtredingen kunnen worden meegewogen wanneer sprake is van een patroon van ernstig gedrag.


Artikel 21 – Slotbepalingen

  1. Dit Tuchtreglement treedt in werking bij aanvang van het seizoen 2026-2027.

  2. Met de inwerkingtreding van dit reglement vervalt het voorgaande Tuchtreglement.

  3. Lopende zaken worden behandeld volgens het reglement dat gold op het moment waarop de procedure begon, tenzij toepassing van dit nieuwe reglement voor de betrokkene gunstiger is en geen andere belangen onevenredig schaadt.

  4. Het bestuur kan kennelijke schrijf-, nummerings- en verwijzingsfouten herstellen, mits daarmee geen inhoudelijke wijziging wordt aangebracht.

  5. Inhoudelijke wijzigingen van dit reglement worden vastgesteld door de Algemene Ledenvergadering.

  6. In gevallen waarin dit reglement niet voorziet:

    a. beslist het bestuur over de procedure in eerste aanleg;
    b. beslist de tuchtcommissie over de procedure in beroep;
    c. blijft bij opzegging of ontzetting de statutaire bevoegdheid van de Algemene Ledenvergadering van toepassing.


Bijlage 1 – Richtlijnen voor sancties

1. Algemene uitgangspunten

  1. De onderstaande sancties zijn richtlijnen.

  2. Afhankelijk van ernst, gevolgen, verwijtbaarheid, herhaling en persoonlijke omstandigheden kan een lichtere of zwaardere sanctie passend zijn.

  3. Meerdere sancties kunnen worden gecombineerd.

  4. Herstel, excuses, medewerking aan het onderzoek en vergoeding van schade kunnen strafverminderend werken.

  5. Ontkenning, gebrek aan medewerking of het voeren van verweer gelden op zichzelf niet als strafverzwarend.

  6. Bedreiging van melders of getuigen, vernietiging van bewijs en herhaling gelden wel als strafverzwarend.


2. Lichte onsportiviteit of ordeverstoring

Voorbeelden:

  • herhaaldelijk onnodig vertragen;

  • ongepaste opmerkingen;

  • niet opvolgen van een redelijke aanwijzing;

  • lichte verstoring van een wedstrijd of evenement.

Richtlijn:

  • waarschuwing;

  • berisping;

  • voorwaardelijke uitsluiting;

  • uitsluiting van één of meerdere wedstrijden bij herhaling.


3. Ernstig onsportief of onbehoorlijk gedrag

Voorbeelden:

  • ernstige belediging;

  • agressief gedrag;

  • herhaald provoceren;

  • intimiderend benaderen;

  • ernstige verstoring van een wedstrijd of evenement.

Richtlijn:

  • berisping;

  • uitsluiting van één of meerdere wedstrijden;

  • schorsing van één tot zes maanden;

  • bij herhaling schorsing tot twaalf maanden.


4. Bedreiging, discriminatie en intimidatie

Voorbeelden:

  • bedreiging met geweld;

  • discriminatoire uitlatingen;

  • structureel intimiderend gedrag;

  • ernstige persoonlijke vernedering;

  • stalking of ongewenst contact binnen DBZP-verband.

Richtlijn:

  • schorsing van drie tot twaalf maanden;

  • bij ernstige bedreiging of herhaling schorsing van ten minste twaalf maanden;

  • in zeer ernstige gevallen ontzetting uit het lidmaatschap.


5. Seksueel grensoverschrijdend gedrag

Voorbeelden:

  • ongewenste seksuele opmerkingen of benadering;

  • seksueel intimiderend gedrag;

  • ongewenste aanraking;

  • misbruik van een afhankelijkheids- of machtspositie.

Richtlijn:

  • schorsing van drie maanden tot ontzetting uit het lidmaatschap;

  • bij betrokkenheid van minderjarigen of ernstig misbruik in beginsel langdurige schorsing of ontzetting;

  • melding of aangifte bij bevoegde instanties wanneer de omstandigheden daartoe aanleiding geven.


6. Fraude en manipulatie

Voorbeelden:

  • manipuleren van uitslagen;

  • valselijk registreren van spelers of prestaties;

  • bewust opstellen van niet-speelgerechtigde spelers;

  • vervalsing van wedstrijdformulieren;

  • financieel misbruik;

  • manipulatie van een competitie, loting of kwalificatie.

Richtlijn:

  • ongeldig verklaren van uitslagen of prestaties;

  • puntenaftrek;

  • reglementair verlies;

  • uitsluiting van een competitie of evenement;

  • schorsing van drie tot twaalf maanden;

  • bij ernstige of herhaalde fraude ontzetting uit het lidmaatschap.


7. Beschadiging, vernieling of diefstal

Voorbeelden:

  • bekladden of beschadigen van eigendommen;

  • vernielen van dartmateriaal, apparatuur of inventaris;

  • diefstal;

  • opzettelijk verlies of achterhouden van DBZP-eigendommen.

Richtlijn:

  • volledige vergoeding van de schade;

  • uitsluiting of schorsing tot twee jaar;

  • bij ernstige diefstal, grote schade of herhaling ontzetting uit het lidmaatschap;

  • eventuele aangifte.


8. Mishandeling en ander fysiek geweld

Voorbeelden:

  • slaan, schoppen, duwen of vastgrijpen;

  • gooien met voorwerpen;

  • vechten;

  • fysiek aanvallen of bewust verwonden.

Richtlijn:

  • onmiddellijke voorlopige uitsluiting;

  • schorsing van zes maanden tot twee jaar;

  • bij ernstig geweld, gebruik van een wapen, zwaar letsel of herhaling ontzetting uit het lidmaatschap;

  • eventuele aangifte.


9. Verboden middelen

  1. Het gebruik, bezit, verstrekken of verhandelen van verboden harddrugs tijdens een door of namens DBZP georganiseerde wedstrijd, vergadering of activiteit is niet toegestaan.

  2. Richtlijn bij gebruik of bezit:

    a. eerste constatering: schorsing van drie maanden;
    b. tweede constatering: schorsing van zes maanden;
    c. derde constatering: schorsing van ten minste twaalf maanden of ontzetting uit het lidmaatschap.

  3. Handel, verstrekking aan minderjarigen of gedrag dat de veiligheid ernstig in gevaar brengt kan direct leiden tot een langdurige schorsing of ontzetting.

  4. Overlast, onveiligheid of ordeverstoring door alcohol, softdrugs, medicijnen of andere middelen wordt beoordeeld op basis van het veroorzaakte gedrag en de gevolgen.

  5. Huisregels en maatregelen van de speelgelegenheid kunnen naast dit reglement van toepassing zijn.


10. Misbruik van persoonsgegevens of digitale systemen

Voorbeelden:

  • onbevoegd inzien of delen van persoonsgegevens;

  • misbruik van accounts of wachtwoorden;

  • opzettelijk wijzigen of verwijderen van gegevens;

  • toegang verschaffen aan onbevoegde personen;

  • publicatie van vertrouwelijke stukken.

Richtlijn:

  • intrekken van digitale toegangsrechten;

  • berisping;

  • schorsing van één tot twaalf maanden;

  • vergoeding van schade;

  • bij ernstig of herhaald misbruik ontzetting uit het lidmaatschap.


11. Niet naleven van een sanctie of voorlopige maatregel

Voorbeelden:

  • deelnemen tijdens een schorsing;

  • betreden van een activiteit tijdens een toegangsontzegging;

  • omzeilen van digitale beperkingen;

  • niet uitvoeren van opgelegde herstelvoorwaarden.

Richtlijn:

  • verlenging of verzwaring van de bestaande sanctie;

  • aanvullende schorsing;

  • bij herhaald of bewust omzeilen ontzetting uit het lidmaatschap.


12. Vergelding en beïnvloeding

Voorbeelden:

  • bedreigen of benadelen van een melder of getuige;

  • onder druk zetten van teamgenoten om een verklaring te wijzigen;

  • vernietigen, verbergen of manipuleren van bewijs.

Richtlijn:

  • zelfstandige aanvullende sanctie;

  • schorsing van drie tot twaalf maanden;

  • bij ernstige beïnvloeding of herhaling ontzetting uit het lidmaatschap.

Versiehistorie

Eerdere gepubliceerde of gearchiveerde versies blijven hier beschikbaar voor naslag.

Versie 1.0 Actueel • 11 juli 2026 15:57
Download PDF van deze versie