Wintercompetitie

In dit reglement vindt je alle belangrijke regels omtrent de wintercompetitie van de DBZP.

Actuele versie
v1.1
Publicatiedatum
11 juli 2026 20:49
Categorie
Competitie

De online tekst hieronder hoort bij dezelfde gepubliceerde versie als de PDF-download. Gebruik bij twijfel altijd de actuele versie die op deze pagina staat.

Laatste wijziging: Update verzetregeling.

Terug naar boven

Wintercompetitiereglement DBZP 2026-2027

Artikel 1 – Toepassing en doel

  1. Dit reglement is van toepassing op de wintercompetitie van Dart Bond Zaanstreek-Purmerend, hierna te noemen DBZP.

  2. Dit reglement bevat de wedstrijdtechnische en organisatorische bepalingen voor de reguliere teamcompetitie.

  3. Naast dit reglement zijn onder andere van toepassing:

    a. de statuten van DBZP;
    b. het Huishoudelijk Reglement;
    c. het Speelgelegenhedenreglement;
    d. het Technisch Reglement;
    e. het Tuchtreglement;
    f. overige door de Algemene Ledenvergadering of het bestuur vastgestelde besluiten en reglementen.

  4. In gevallen waarin dit reglement niet voorziet, beslist het bestuur of, voor wedstrijdtechnische zaken, de wedstrijdsecretaris namens het bestuur.

  5. Bij strijdigheid tussen dit reglement en de statuten gaan de statuten voor.


Artikel 2 – Begripsbepalingen

In dit reglement wordt verstaan onder:

  1. DBZP: Dart Bond Zaanstreek-Purmerend;

  2. bestuur: het bestuur van DBZP;

  3. wedstrijdsecretaris: de door DBZP aangewezen functionaris die verantwoordelijk is voor de organisatie en uitvoering van de wintercompetitie;

  4. team: een bij DBZP ingeschreven team dat deelneemt aan de wintercompetitie;

  5. captain: de bij DBZP geregistreerde vertegenwoordiger van een team;

  6. reservecaptain: de bij DBZP geregistreerde vervanger van de captain;

  7. speler: een bij DBZP ingeschreven lid of aspirant-lid dat speelgerechtigd is voor een team;

  8. thuisteam: het team dat volgens het wedstrijdprogramma als thuisspelend team is aangewezen;

  9. uitteam: het team dat volgens het wedstrijdprogramma als bezoekend team is aangewezen;

  10. speelgelegenheid: de door DBZP bekende of goedgekeurde locatie waar een team zijn thuiswedstrijden speelt;

  11. wedstrijd: de volledige ontmoeting tussen twee teams;

  12. partij: één onderdeel binnen een wedstrijd, zoals een single- of koppelpartij;

  13. single: één individuele partij binnen een competitiewedstrijd;

  14. koppel: één koppelpartij binnen een competitiewedstrijd;

  15. leg: één gespeelde leg binnen een partij;

  16. captainstool: de door Teambeheer beschikbaar gestelde digitale omgeving voor captains;

  17. claim: een verzoek om een reglementaire uitslag of maatregel toe te kennen omdat een wedstrijd niet of niet correct is gespeeld;

  18. inhaalweek: een door DBZP vastgestelde speelweek waarin eerder verplaatste of nog niet gespeelde wedstrijden kunnen worden ingehaald.


Artikel 3 – Competitie-indeling

  1. De wintercompetitie wordt gespeeld in divisies en poules die door DBZP worden vastgesteld.

  2. Het bestuur of de wedstrijdsecretaris bepaalt de indeling van teams in divisies en poules.

  3. Bij de indeling kan onder andere rekening worden gehouden met:

    a. de eindstand van het voorgaande seizoen;
    b. promotie en degradatie;
    c. het aantal ingeschreven teams;
    d. terugtrekkingen;
    e. nieuwe teams;
    f. organisatorische belangen van de competitie.

  4. Nieuwe teams starten in beginsel in de laagste divisie, tenzij het bestuur of de wedstrijdsecretaris anders beslist.

  5. De definitieve indeling wordt vóór aanvang van de competitie gepubliceerd.

  6. Tegen de definitieve indeling staat geen beroep open, tenzij sprake is van een kennelijke administratieve fout.


Artikel 4 – Inschrijving van teams

  1. Inschrijving voor de wintercompetitie vindt plaats via de door DBZP aangewezen inschrijfmodule of op een andere door DBZP goedgekeurde wijze.

  2. Een teaminschrijving is pas definitief wanneer:

    a. alle verplichte gegevens volledig zijn aangeleverd;
    b. alle spelers correct zijn ingeschreven;
    c. alle verschuldigde bedragen zijn voldaan;
    d. de captain akkoord is gegaan met de geldende reglementen;
    e. DBZP de inschrijving heeft geaccepteerd.

  3. Ieder team geeft bij inschrijving ten minste op:

    a. de teamnaam;
    b. de captain;
    c. de reservecaptain;
    d. de speelgelegenheid;
    e. de vaste thuisspeelavond;
    f. de spelerslijst;
    g. overige door DBZP gevraagde gegevens.

  4. De captain is verantwoordelijk voor de juistheid van de inschrijving.

  5. Het bestuur kan een inschrijving weigeren wanneer niet aan de voorwaarden wordt voldaan of wanneer toelating redelijkerwijs niet van DBZP kan worden verlangd.

  6. Na definitieve acceptatie van de inschrijving vindt in beginsel geen restitutie van betaalde contributies of inschrijfgelden plaats.


Artikel 5 – Teamsamenstelling

  1. Een team bestaat uit minimaal vier en maximaal zestien ingeschreven spelers.

  2. Een team mag per wedstrijd maximaal zes spelers inzetten.

  3. Alleen spelers die voor het betreffende team speelgerechtigd zijn, mogen worden opgesteld.

  4. Een speler is pas speelgerechtigd nadat:

    a. de speler correct is ingeschreven;
    b. de verschuldigde contributie is voldaan;
    c. de speler door DBZP is verwerkt;
    d. geen schorsing of andere uitsluiting van toepassing is.

  5. Het opstellen van een niet-speelgerechtigde speler kan leiden tot een reglementaire uitslag, puntenaftrek of een andere maatregel.

  6. De captain is verantwoordelijk voor het controleren van de speelgerechtigdheid van de eigen spelers.


Artikel 6 – Toevoegen van spelers

  1. Een team kan gedurende het seizoen spelers toevoegen zolang het maximumaantal van zestien spelers niet wordt overschreden.

  2. Een nieuwe speler is pas speelgerechtigd nadat de inschrijving volledig is verwerkt en bevestigd.

  3. Een speler kan niet met terugwerkende kracht speelgerechtigd worden verklaard.

  4. Een speler die nog niet speelgerechtigd is, mag niet worden opgesteld of invallen.

  5. DBZP kan voor het toevoegen van spelers een uiterste datum vaststellen.

  6. Toevoegingen na een vastgestelde uiterste datum zijn alleen mogelijk met toestemming van de wedstrijdsecretaris.


Artikel 7 – Overschrijvingen

  1. Een speler mag tijdens een lopend seizoen maximaal één keer overschrijven naar een ander team.

  2. Overschrijving is alleen mogelijk naar een team in dezelfde of een hogere divisie.

  3. Overschrijving naar een lagere divisie is alleen mogelijk met dispensatie van het bestuur.

  4. Bij een verzoek om dispensatie voor overschrijving naar een lagere divisie kan het bestuur onder andere rekening houden met:

    a. het aantal reeds gespeelde wedstrijden;
    b. het niveau van de speler;
    c. het niveau van het nieuwe team;
    d. de invloed op de competitie;
    e. de reden van de overschrijving;
    f. de sportieve belangen van andere teams.

  5. Een overschrijving wordt pas verwerkt nadat:

    a. het verzoek volledig is ingediend;
    b. aan de reglementaire voorwaarden is voldaan;
    c. de verschuldigde overschrijvingskosten zijn voldaan;
    d. DBZP de overschrijving heeft bevestigd.

  6. Een speler is pas speelgerechtigd voor het nieuwe team nadat DBZP de overschrijving heeft verwerkt en bevestigd.

  7. Een speler die is overgeschreven, blijft niet speelgerechtigd voor het oude team.

  8. De wedstrijdsecretaris kan een overschrijving weigeren wanneer deze de competitie op onaanvaardbare wijze beïnvloedt.


Artikel 8 – Wedstrijdprogramma

  1. De wedstrijdsecretaris stelt het wedstrijdprogramma vast.

  2. Wedstrijden worden gespeeld op de in het programma vermelde speelweek, speelavond, speellocatie en aanvangstijd.

  3. Het thuisteam speelt op de door DBZP geregistreerde vaste thuisspeelavond.

  4. Afwijkingen van het wedstrijdprogramma zijn alleen toegestaan volgens dit reglement.

  5. Het wedstrijdprogramma kan door de wedstrijdsecretaris worden gewijzigd wanneer organisatorische omstandigheden dit noodzakelijk maken.

  6. Teams zijn zelf verantwoordelijk voor het controleren van het actuele wedstrijdprogramma.

  7. Een wijziging die via de officiële kanalen is gepubliceerd of aan de captain is meegedeeld, wordt geacht bij het team bekend te zijn.


Artikel 9 – Aanvangstijd

  1. Wedstrijden beginnen om 20:30 uur, tenzij DBZP of de wedstrijdsecretaris anders bepaalt.

  2. Beide teams moeten op tijd aanwezig zijn om de wedstrijd om 20:30 uur te kunnen starten.

  3. De captains wisselen vóór aanvang van de wedstrijd de opstellingen uit.

  4. De wedstrijd mag eerder beginnen wanneer beide captains daarmee instemmen.

  5. De wedstrijd mag later beginnen wanneer beide captains daarmee instemmen en dit geen onredelijke hinder voor het wedstrijdverloop oplevert.

  6. Een team dat niet of onvoldoende aanwezig is om de wedstrijd te starten, kan worden beschouwd als niet opgekomen.


Artikel 10 – Wedstrijdformat

  1. Een wedstrijd bestaat in alle divisies uit tien partijen:

    a. vier singlepartijen;
    b. zes koppelpartijen.

  2. Iedere gewonnen partij levert één wedstrijdpunt op.

  3. De einduitslag van een wedstrijd wordt vastgesteld op basis van het aantal gewonnen partijen.

  4. Een wedstrijd kan eindigen in iedere uitslag van 10-0 tot en met 0-10.

  5. Alle partijen worden gespeeld over 501 punten, tenzij in dit reglement anders is bepaald.

  6. Alle partijen worden gespeeld volgens het principe straight start en dubbel uit, tenzij DBZP anders bepaalt.


Artikel 11 – Partijformat per divisie

  1. In de Eredivisie geldt:

    a. singles: 501 best of 7;
    b. koppels: 501 best of 5.

  2. In de Eerste divisie geldt:

    a. singles: 501 best of 5;
    b. koppels: 501 best of 5.

  3. In de Tweede divisie geldt:

    a. singles: 501 best of 5;
    b. koppels: 501 best of 3.

  4. In de Derde divisie geldt:

    a. singles: 501 best of 5;
    b. koppels: 501 best of 3.

  5. Wanneer DBZP extra divisies of poules instelt, bepaalt de wedstrijdsecretaris welk partijformat daarop van toepassing is.


Artikel 12 – Opstellingen

  1. Voor iedere wedstrijd worden twee afzonderlijke opstellingen gemaakt:

    a. een singleopstelling;
    b. een koppelopstelling.

  2. De singleopstelling en de koppelopstelling staan volledig los van elkaar.

  3. De singleopstelling bestaat uit vier spelers.

  4. Het thuisteam gebruikt voor de singleopstelling de posities A, B, C en D.

  5. Het uitteam gebruikt voor de singleopstelling de posities G, H, I en J.

  6. De koppelopstelling bestaat eveneens uit vier spelers per team.

  7. Het thuisteam gebruikt voor de koppelopstelling de posities A, B, C en D.

  8. Het uitteam gebruikt voor de koppelopstelling de posities G, H, I en J.

  9. De spelers in de koppelopstelling hoeven niet dezelfde spelers te zijn als de spelers in de singleopstelling.

  10. Een team mag per wedstrijd maximaal zes verschillende spelers inzetten.

  11. De captain bepaalt de volgorde van de spelers in de singleopstelling en de koppelopstelling.

  12. De opstellingen worden vóór aanvang van de wedstrijd uitgewisseld.

  13. Na uitwisseling van de opstellingen mogen deze niet meer worden gewijzigd, behalve in de gevallen waarin dit reglement dat uitdrukkelijk toestaat.


Artikel 13 – Volgorde van de partijen

  1. De wedstrijd wordt gespeeld in de onderstaande volgorde:

PartijOnderdeelThuisteamUitteamStart
1SingleAGThuisteam
2SingleBHUitteam
3SingleCIThuisteam
4SingleDJUitteam
5KoppelA + BG + HThuisteam
6KoppelC + DI + JUitteam
7KoppelA + CG + IThuisteam
8KoppelB + DH + JUitteam
9KoppelA + DG + JThuisteam
10KoppelB + CH + IUitteam
  1. De koppelvolgorde is verplicht en mag niet worden aangepast.

  2. De posities van het uitteam lopen in de koppelopstelling gelijk aan de posities van het thuisteam:

    a. A staat gelijk aan G;
    b. B staat gelijk aan H;
    c. C staat gelijk aan I;
    d. D staat gelijk aan J.

  3. Door deze volgorde hebben de gelijkwaardige posities van beide teams een vergelijkbare verdeling van speel- en rustmomenten.

  4. In de koppelopstelling speelt iedere speler drie koppelpartijen.

  5. Iedere speler speelt één keer met iedere andere speler uit de eigen koppelopstelling.

  6. De singlepartijen worden in beginsel gespeeld in de volgorde zoals opgenomen in lid 1.

  7. De volgorde van de singlepartijen mag alleen worden gewijzigd wanneer beide captains daarmee instemmen en geen team daardoor reglementair wordt benadeeld.

  8. De volgorde van de koppelpartijen mag niet worden gewijzigd.


Artikel 14 – Starten van legs

  1. De start van de partijen is vastgelegd in artikel 13.

  2. Binnen een partij starten de teams of spelers om en om.

  3. Wanneer een beslissende leg nodig is, start de speler of het koppel dat volgens de normale volgorde aan de beurt is.

  4. Wanneer in een partij per vergissing door de verkeerde speler of het verkeerde team is gestart, moet dit direct worden hersteld zodra het wordt vastgesteld.

  5. Wanneer de fout pas na afloop van de betreffende leg wordt vastgesteld, blijft de gespeelde leg in beginsel staan, tenzij beide captains direct anders overeenkomen.

  6. Bij discussie beslist de wedstrijdsecretaris.


Artikel 15 – Wissels

  1. Een team mag tijdens een wedstrijd uitsluitend spelers inzetten die voor die wedstrijd binnen het maximum van zes spelers vallen.

  2. Een wissel is alleen toegestaan vóór aanvang van een partij.

  3. Een speler die is gewisseld, mag later in dezelfde wedstrijd niet opnieuw worden ingezet.

  4. Terugwisselen is niet toegestaan.

  5. De invallende speler neemt de positie over van de vervangen speler.

  6. Wanneer een speler in de koppelopstelling wordt vervangen, speelt de invallende speler alle resterende koppelpartijen die bij die positie horen.

  7. Een wissel mag er niet toe leiden dat het maximum van zes ingezette spelers per team wordt overschreden.

  8. Een wissel wordt vóór aanvang van de betreffende partij duidelijk aan de captain van de tegenstander gemeld.

  9. Een wissel mag niet worden gebruikt om de reeds vastgelegde koppelvolgorde te wijzigen.


Artikel 16 – Laatkomende spelers

  1. Een speler die niet aanwezig is bij aanvang van de wedstrijd mag alleen meespelen wanneer deze speler vóór aanvang van de wedstrijd op de betreffende opstelling is vermeld.

  2. Een speler moet aanwezig zijn op het moment dat zijn of haar partij begint.

  3. Wanneer een speler niet aanwezig is op het moment dat zijn of haar singlepartij moet beginnen, verliest deze speler de singlepartij reglementair.

  4. Wanneer een speler niet aanwezig is op het moment dat zijn of haar koppelpartij moet beginnen, wordt de koppelpartij gespeeld als één tegen twee, voor zover de andere speler van het koppel aanwezig is.

  5. Een laatkomende speler mag niet instappen in een reeds begonnen partij.

  6. Een laatkomende speler mag wel deelnemen aan latere partijen waarvoor deze speler op de betreffende opstelling staat, mits de speler aanwezig is voordat die partij begint.

  7. Een speler wordt geacht aanwezig te zijn wanneer deze in de speelgelegenheid aanwezig en direct speelgereed is.


Artikel 17 – Onvolledig team bij aanvang

  1. Een team moet met minimaal drie speelgerechtigde spelers aanwezig zijn om een wedstrijd te mogen starten.

  2. Wanneer een team met minder dan drie speelgerechtigde spelers aanwezig is, kan de wedstrijd niet reglementair worden gespeeld.

  3. Wanneer één team met drie spelers speelt, bepaalt de captain van dat team zelf welke positie in de singleopstelling leeg blijft.

  4. Wanneer één team met drie spelers speelt, bepaalt de captain van dat team ook zelf welke positie in de koppelopstelling leeg blijft.

  5. De lege positie in de singleopstelling en de lege positie in de koppelopstelling hoeven niet dezelfde positie te zijn.

  6. De singlepartij van de leeg gelaten positie gaat reglementair verloren.

  7. In de koppelpartijen worden drie volledige koppels gespeeld en drie koppelpartijen als één tegen twee.

  8. De captain legt vóór aanvang van de wedstrijd vast welke positie in de singleopstelling en welke positie in de koppelopstelling leeg blijft.

  9. De leeg gelaten posities mogen na aanvang van de wedstrijd niet meer worden gewijzigd.

  10. Een speler die later alsnog arriveert, mag alleen deelnemen aan partijen die nog niet zijn begonnen en waarvoor hij of zij vooraf op de betreffende opstelling stond.

  11. Wanneer een koppelpartij als één tegen twee wordt gespeeld, werpt de aanwezige speler van het incomplete team één beurt per eigen beurt.

  12. De ontbrekende speler krijgt geen extra beurt en wordt niet vervangen door een extra beurt van de aanwezige speler.


Artikel 18 – Beide teams met drie spelers

  1. Wanneer beide teams met drie spelers aanwezig zijn, wordt voor beide teams een vaste lege positie gehanteerd.

  2. Het thuisteam laat positie C leeg.

  3. Het uitteam laat positie J leeg.

  4. De singlepartij waarin positie C van het thuisteam ontbreekt, gaat reglementair verloren voor het thuisteam.

  5. De singlepartij waarin positie J van het uitteam ontbreekt, gaat reglementair verloren voor het uitteam.

  6. In de koppelpartijen wordt de lege positie telkens ingevuld door één van de drie aanwezige spelers.

  7. Bij het thuisteam vullen de spelers A, B en D ieder precies één keer positie C in.

  8. Bij het uitteam vullen de spelers G, H en I ieder precies één keer positie J in.

  9. De invulling van de lege posities wordt vóór aanvang van de koppelpartijen vastgelegd.

  10. Een speler mag niet worden ingevuld in een partij waarin hij of zij al op de oorspronkelijke positie speelt.

  11. Iedere aanwezige speler speelt uiteindelijk vier koppelpartijen.

  12. Alle zes koppelpartijen worden in dit geval twee tegen twee gespeeld.

  13. Wanneer beide teams met drie spelers spelen, wordt de volgende koppelvolgorde gehanteerd:

PartijThuisteamUitteam
5A + BG + H
6B + DI + G
7A + DG + I
8B + DH + I
9A + DG + H
10B + AH + I
  1. De startvolgorde van de koppelpartijen blijft gelijk aan artikel 13.

  2. Wanneer de captains geen overeenstemming bereiken over de praktische uitvoering, beslist de wedstrijdsecretaris achteraf op basis van redelijkheid en het wedstrijdverloop.


Artikel 19 – Niet opkomen

  1. Een team wordt geacht niet te zijn opgekomen wanneer:

    a. het team niet verschijnt;
    b. het team met minder dan drie speelgerechtigde spelers verschijnt;
    c. het team weigert te spelen zonder geldige reden;
    d. het team de wedstrijd verlaat zonder geldige reden;
    e. het team niet meewerkt aan het reglementair uitspelen van de wedstrijd.

  2. Bij niet opkomen kan de tegenstander een claim indienen.

  3. Bij toewijzing van de claim wordt in beginsel een reglementaire uitslag van 10-0 vastgesteld.

  4. Het bestuur of de wedstrijdsecretaris kan aanvullende maatregelen nemen wanneer sprake is van herhaling, opzet of ernstige competitieverstoring.


Artikel 20 – Schrijven en scoreverwerking

  1. Het thuisteam is verantwoordelijk voor de beschikbaarheid van de benodigde scorevoorzieningen.

  2. Partijen worden geschreven volgens de door DBZP aangewezen methode.

  3. Wanneer digitaal schrijven niet mogelijk is door een storing, wordt handmatig geschreven, tenzij de wedstrijdsecretaris anders bepaalt.

  4. Een technische storing is geen geldige reden om een wedstrijd niet te spelen wanneer handmatig schrijven mogelijk is.

  5. De schrijver moet de score duidelijk, zorgvuldig en controleerbaar bijhouden.

  6. Spelers zijn zelf verantwoordelijk voor het controleren van de geschreven score.

  7. Wanneer een speler na een gegooide beurt akkoord gaat met de genoteerde score, blijft deze score in beginsel staan.

  8. Kennelijke schrijffouten worden zo snel mogelijk hersteld.

  9. Bij discussie over de score proberen de spelers en captains gezamenlijk tot een redelijke oplossing te komen.

  10. Wanneer geen oplossing mogelijk is, wordt de betreffende leg vanaf de laatst onbetwiste stand hervat.


Artikel 21 – Algemene spelregels

  1. Er wordt gespeeld volgens de gebruikelijke dartregels, voor zover dit reglement of een ander DBZP-reglement niet anders bepaalt.

  2. Een speler werpt per beurt maximaal drie darts.

  3. Een dart telt alleen wanneer de punt in het dartbord blijft zitten totdat de score is vastgesteld.

  4. Een speler mag de werplijn niet overschrijden voordat de laatste dart van de beurt is geworpen.

  5. Een speler mag geen darts uit het bord halen voordat de score is vastgesteld.

  6. Een speler die darts uit het bord haalt voordat de score is vastgesteld, accepteert de score die de schrijver op dat moment redelijkerwijs kan vaststellen.

  7. Bij discussie over de toepassing van de spelregels overleggen de captains.

  8. Wanneer de captains er niet uitkomen, wordt de wedstrijd voortgezet onder protest en beslist de wedstrijdsecretaris achteraf.


Artikel 22 – Maximale beurtengrens

  1. Voor iedere leg geldt een maximale grens van 33 beurten per speler, koppel of team.

  2. Wanneer na 33 beurten per partijzijde geen winnaar is vastgesteld, wordt de leg beslist door bull werpen.

  3. Bij bull werpen werpt iedere betrokken speler of partijzijde één dart naar de bull.

  4. De speler, het koppel of de partijzijde die het dichtst bij de bull werpt, wint de leg.

  5. Wanneer niet kan worden vastgesteld wie het dichtst bij de bull heeft gegooid, wordt opnieuw naar de bull geworpen.

  6. Bij koppels bepaalt het koppel zelf welke speler naar de bull werpt.

  7. De volgorde van bull werpen wordt bepaald door de startvolgorde van de betreffende leg.


Artikel 23 – Uitslagverwerking

  1. Het thuisteam is verantwoordelijk voor het tijdig en correct invoeren van de uitslag.

  2. De uitslag moet binnen 120 uur na de wedstrijd zijn ingevoerd.

  3. De captain van het uitteam controleert de ingevoerde uitslag.

  4. Wanneer de uitcaptain een fout constateert, meldt deze dit zo spoedig mogelijk aan de thuiscaptain en, indien nodig, aan de wedstrijdsecretaris.

  5. De wedstrijdsecretaris kan een kennelijke fout in de uitslag herstellen.

  6. Wanneer een uitslag niet tijdig is ingevoerd, kan aan het thuisteam een administratieve sanctie worden opgelegd.

  7. Het bestuur of de wedstrijdsecretaris kan aanvullende maatregelen nemen bij herhaalde of opzettelijke onjuiste uitslagverwerking.


Artikel 24 – Sancties bij te late uitslagverwerking

  1. Wanneer een uitslag niet binnen de gestelde termijn is ingevoerd, kan puntenaftrek worden opgelegd.

  2. De puntenaftrek bedraagt per team per seizoen:

    a. eerste overtreding: 2 wedstrijdpunten;
    b. tweede overtreding: 4 wedstrijdpunten;
    c. derde overtreding: 6 wedstrijdpunten;
    d. vierde overtreding: 8 wedstrijdpunten;
    e. vijfde en volgende overtreding: 10 wedstrijdpunten.

  3. De puntenaftrek wordt toegepast op de stand van het team dat verantwoordelijk is voor de te late invoer.

  4. Wanneer sprake is van overmacht kan de wedstrijdsecretaris besluiten geen sanctie op te leggen.

  5. De captain is verantwoordelijk voor het tijdig melden van omstandigheden die tijdige invoer onmogelijk maken.


Artikel 25 – Verzetten van wedstrijden

  1. Een wedstrijd kan alleen worden verzet volgens de bepalingen van dit artikel.

  2. Een verzoek tot verzetten moet zo vroeg mogelijk worden gedaan.

  3. Wanneer een team een wedstrijd ten minste 48 uur vóór de geplande aanvang wil verzetten, is de tegenstander verplicht redelijk mee te werken aan het vinden van een nieuwe datum binnen de toegestane termijn.

  4. Wanneer een team een wedstrijd minder dan 48 uur vóór de geplande aanvang wil verzetten, is de tegenstander niet verplicht met het verzoek in te stemmen.

  5. Een team dat een wedstrijd wil verzetten, biedt minimaal twee concrete alternatieve speeldatums aan.

  6. De aangeboden alternatieve speeldatums moeten binnen de toegestane termijn vallen.

  7. Een verplaatste competitiewedstrijd moet uiterlijk worden gespeeld in de eerstvolgende door DBZP vastgestelde inhaalweek na de oorspronkelijke speeldatum.

  8. Een alternatieve datum in dezelfde speelweek of eerder dan de oorspronkelijke speeldatum is toegestaan wanneer beide captains daarmee instemmen.

  9. Het is niet toegestaan een wedstrijd door te schuiven naar een latere inhaalweek, een latere competitiefase of een later moment in het seizoen, tenzij de wedstrijdsecretaris hiervoor vooraf uitdrukkelijk toestemming geeft.

  10. De indeling in eerste en tweede seizoenshelft is voor de uiterste speeldatum van verplaatste wedstrijden niet bepalend.

  11. Een team mag gedurende het seizoen maximaal vijf keer op eigen verzoek een wedstrijd verzetten.

  12. Verplaatsingen die door DBZP worden opgelegd of door overmacht buiten beide teams ontstaan, tellen niet mee voor het maximum van vijf.

  13. Een verplaatsing is pas geldig wanneer beide captains deze via de captainstool hebben bevestigd.

  14. De wedstrijdsecretaris wordt via de captainstool geïnformeerd over de verplaatsing.

  15. Wanneer de wedstrijd op een andere locatie wordt gespeeld, wordt dit apart aan de wedstrijdsecretaris gemeld via de e-mailfunctie binnen de captainstool van Teambeheer.

  16. Bij verschil van mening over een verplaatsing beslist de wedstrijdsecretaris.


Artikel 26 – Alternatieve speellocatie

  1. Een wedstrijd mag op een andere speellocatie worden gespeeld wanneer beide captains daarmee instemmen en de locatie geschikt is.

  2. De oorspronkelijke thuis- en uitstatus blijft behouden, tenzij beide captains uitdrukkelijk overeenkomen dat de onderlinge wedstrijden administratief worden omgedraaid.

  3. Een wijziging van alleen de speellocatie wordt niet verwerkt door de beide onderlinge wedstrijden administratief om te draaien.

  4. Het thuisteam meldt een wijziging van alleen de speellocatie via de e-mailfunctie binnen de captainstool van Teambeheer aan de wedstrijdleiding.

  5. In het bericht wordt de betreffende wedstrijd geselecteerd en wordt de alternatieve speellocatie duidelijk vermeld.

  6. De alternatieve speellocatie moet voldoen aan het Speelgelegenhedenreglement en het Technisch Reglement.

  7. Bij twijfel over de geschiktheid van een alternatieve speellocatie beslist de wedstrijdsecretaris.


Artikel 27 – Claims

  1. Een team kan een claim indienen wanneer een wedstrijd niet of niet correct is gespeeld door toedoen van de tegenstander.

  2. Een claim kan onder andere worden ingediend bij:

    a. niet opkomen;
    b. verschijnen met minder dan drie speelgerechtigde spelers;
    c. weigeren te spelen;
    d. voortijdig verlaten van de wedstrijd;
    e. opstellen van een niet-speelgerechtigde speler;
    f. ernstige overtreding van dit reglement;
    g. ongeschikte of niet-beschikbare speelgelegenheid;
    h. omstandigheden waardoor redelijkerwijs niet onder normale wedstrijdomstandigheden gespeeld kan worden.

  3. Onder een ongeschikte speelgelegenheid kan onder andere worden verstaan:

    a. harde muziek waardoor normaal spelen niet mogelijk is;
    b. live muziek, een feest, evenement of andere activiteit die de wedstrijd ernstig hindert;
    c. een onveilige of onbruikbare dartbaan;
    d. onvoldoende beschikbaarheid van de wedstrijdbaan;
    e. een situatie waarin spelers of schrijvers niet veilig of redelijk kunnen functioneren.

  4. Een team dat zich op een tekortkoming beroept, moet de tegenstander en de speelgelegenheid in beginsel eerst een redelijke kans geven om de tekortkoming te herstellen.

  5. Een herstelmogelijkheid hoeft niet te worden geboden wanneer sprake is van acuut gevaar, ernstige onveiligheid of een situatie waarin voortzetting redelijkerwijs niet kan worden verlangd.

  6. Een team dat een claim wil indienen, verzamelt voor zover mogelijk bewijs, zoals foto’s, video’s, verklaringen, berichten of andere relevante gegevens.

  7. Een claim wordt zo spoedig mogelijk schriftelijk bij de wedstrijdsecretaris ingediend.

  8. De wedstrijdsecretaris kan beide captains om een toelichting vragen.

  9. De wedstrijdsecretaris beslist namens het bestuur over de claim, tenzij het bestuur de zaak zelf behandelt.

  10. Bij een toegewezen claim wordt in beginsel een reglementaire uitslag van 10-0 vastgesteld.

  11. Bij een toegewezen claim vóór een team mag de captain van het claimende team vier speelgerechtigde spelers aanwijzen die ieder een reglementaire singleoverwinning krijgen toegekend.

  12. De vier aangewezen spelers worden voor individuele klassementen geacht één single te hebben gespeeld en gewonnen.

  13. De reglementaire singleoverwinning telt onder andere mee voor individuele klassementen, Matchplayplaatsing en andere door DBZP gebruikte individuele berekeningen, voor zover het betreffende reglement niet anders bepaalt.

  14. De captain moet de vier spelers binnen de door de wedstrijdsecretaris gestelde termijn opgeven.

  15. Wanneer de captain geen of geen tijdige opgave doet, kan de wedstrijdsecretaris bepalen dat geen individuele reglementaire singleoverwinningen worden toegekend.

  16. Voor het team waartegen de claim wordt toegewezen, worden geen individuele singleoverwinningen geregistreerd.

  17. Voor spelers van het team waartegen de claim wordt toegewezen, geldt de betreffende competitiewedstrijd voor individuele klassementen als een niet gespeelde single, voor zover de speler op de oorspronkelijke speeldatum voor dat team speelgerechtigd was en het betreffende klassement niet anders bepaalt.

  18. De aanwijzing van spelers bij een claim is uitsluitend bedoeld voor administratieve en individuele klassementen en mag niet worden misbruikt.

  19. De wedstrijdsecretaris kan een aanwijzing weigeren of aanpassen wanneer deze kennelijk onredelijk is, in strijd is met de reglementen of misbruik oplevert.

  20. De wedstrijdsecretaris kan aanvullende maatregelen nemen wanneer een claim voortkomt uit opzet, herhaling of ernstige competitieverstoring.


Artikel 28 – Ranglijst

  1. De ranglijst wordt vastgesteld op basis van wedstrijdpunten.

  2. Iedere gewonnen partij binnen een wedstrijd levert één wedstrijdpunt op.

  3. De totaaluitslag van alle gespeelde partijen bepaalt het aantal behaalde wedstrijdpunten.

  4. Bij een gelijk aantal wedstrijdpunten in de eindstand wordt de volgorde bepaald op basis van:

    a. onderling resultaat;
    b. wedstrijdpuntensaldo;
    c. aantal gewonnen wedstrijden;
    d. aantal gelijkgespeelde wedstrijden;
    e. aantal gewonnen partijen;
    f. aantal gewonnen legs, wanneer deze gegevens beschikbaar zijn;
    g. beslissingswedstrijd of andere door de wedstrijdsecretaris vast te stellen oplossing.

  5. De wedstrijdsecretaris kan bij bijzondere omstandigheden een aanvullende beslissing nemen om de eindstand sportief en organisatorisch correct vast te stellen.


Artikel 29 – Promotie en degradatie

  1. Promotie en degradatie worden vastgesteld door DBZP.

  2. Het aantal promoverende en degraderende teams kan per divisie en seizoen verschillen.

  3. DBZP maakt de promotie- en degradatieregeling uiterlijk vóór aanvang van het seizoen bekend.

  4. Bij wijziging van het aantal teams, poules of divisies kan DBZP afwijken van een eerder verwachte promotie- of degradatieregeling.

  5. Wanneer een team zich terugtrekt of niet opnieuw inschrijft, kan dit gevolgen hebben voor promotie, degradatie en indeling.

  6. De wedstrijdsecretaris stelt de definitieve indeling voor het volgende seizoen vast namens DBZP.


Artikel 30 – Terugtrekking van teams

  1. Een team dat zich tijdens het seizoen wil terugtrekken, meldt dit schriftelijk aan de wedstrijdsecretaris.

  2. Het bestuur of de wedstrijdsecretaris kan een team uit de competitie nemen wanneer het team:

    a. herhaaldelijk niet opkomt;
    b. structureel niet aan de reglementen voldoet;
    c. onvoldoende spelers beschikbaar heeft;
    d. de competitie ernstig verstoort;
    e. niet langer aan de deelnamevoorwaarden voldoet.

  3. Wanneer een team zich terugtrekt of uit de competitie wordt genomen, bepaalt de wedstrijdsecretaris wat er met de gespeelde en nog te spelen wedstrijden gebeurt.

  4. De wedstrijdsecretaris kan onder andere besluiten dat:

    a. alle resultaten blijven staan;
    b. alle resultaten vervallen;
    c. alleen resultaten uit een bepaalde competitiehelft blijven staan;
    d. resterende wedstrijden reglementair worden vastgesteld;
    e. een andere oplossing wordt toegepast die de competitie zo eerlijk mogelijk houdt.

  5. Reeds betaalde contributies en inschrijfgelden worden bij terugtrekking niet gerestitueerd.

  6. Het bestuur kan aanvullende sancties opleggen wanneer terugtrekking verwijtbaar of competitieverstorend is.


Artikel 31 – Divisiekampioenschappen

  1. DBZP kan na afloop van de reguliere competitie divisiekampioenschappen organiseren.

  2. Deelname aan divisiekampioenschappen wordt bepaald op basis van de eindstand van de reguliere competitie.

  3. Wanneer meerdere poules binnen een divisie bestaan, kan DBZP bepalen dat poulewinnaars en eventueel beste nummers twee worden geplaatst.

  4. Het format, de locatie en de speeldatum worden door DBZP vastgesteld.

  5. De wedstrijden tijdens divisiekampioenschappen worden in beginsel gespeeld volgens het reguliere wedstrijdformat van de betreffende divisie.

  6. Wanneer een wedstrijd tijdens divisiekampioenschappen in 5-5 eindigt, kan DBZP bepalen dat een beslissende teamgame wordt gespeeld.

  7. De beslissende teamgame wordt gespeeld volgens een door DBZP vooraf bekendgemaakt format.

  8. DBZP kan voor divisiekampioenschappen aanvullende praktische bepalingen vaststellen.


Artikel 32 – Wedstrijdleiding en beslissingsbevoegdheid

  1. De wedstrijdsecretaris is namens DBZP belast met de uitvoering van de wintercompetitie.

  2. De wedstrijdsecretaris beslist over wedstrijdtechnische geschillen, tenzij dit reglement of een ander reglement anders bepaalt.

  3. De wedstrijdsecretaris kan een beslissing nemen over onder andere:

    a. verplaatsingen;
    b. claims;
    c. uitslagen;
    d. speelgerechtigdheid;
    e. wedstrijdlocaties;
    f. toepassing van dit reglement;
    g. bijzondere omstandigheden.

  4. Een beslissing van de wedstrijdsecretaris wordt namens het bestuur genomen.

  5. Tegen een beslissing van de wedstrijdsecretaris kan bezwaar worden gemaakt bij het bestuur, tenzij de beslissing op grond van dit reglement uitdrukkelijk bindend is verklaard.

  6. Een bezwaar schorst de werking van de beslissing niet, tenzij het bestuur anders bepaalt.


Artikel 33 – Sportiviteit en gedrag

  1. Spelers, teams, captains, schrijvers en toeschouwers gedragen zich sportief en respectvol.

  2. Aanwijzingen van DBZP, de wedstrijdsecretaris, wedstrijdleiding, toernooileiding, captain of exploitant moeten worden opgevolgd voor zover deze redelijk en reglementair zijn.

  3. Wangedrag, bedreiging, intimidatie, discriminatie, fysiek geweld of andere ernstige misdragingen kunnen worden behandeld volgens het Tuchtreglement.

  4. Een captain is verantwoordelijk voor het gedrag van het eigen team en voor zover redelijk mogelijk ook voor begeleiders of supporters die bij het team horen.

  5. Een speelgelegenheid mag huisregels toepassen en personen verwijderen wanneer dit noodzakelijk is voor orde of veiligheid.

  6. Een locatieverbod door een speelgelegenheid staat los van eventuele DBZP-maatregelen.


Artikel 34 – Overmacht en bijzondere omstandigheden

  1. Onder overmacht wordt verstaan een omstandigheid die buiten de invloed van het team ligt en waardoor spelen redelijkerwijs onmogelijk is.

  2. Overmacht kan onder andere bestaan uit:

    a. acute sluiting van een speelgelegenheid;
    b. ernstige weersomstandigheden;
    c. calamiteiten;
    d. plotselinge onveiligheid;
    e. ernstige technische of organisatorische problemen die niet tijdig konden worden voorzien.

  3. Een team dat zich op overmacht beroept, meldt dit zo spoedig mogelijk aan de tegenstander en de wedstrijdsecretaris.

  4. De wedstrijdsecretaris beoordeelt of sprake is van overmacht.

  5. Wanneer geen sprake is van overmacht, kunnen de normale bepalingen over verzetten, niet opkomen of claims worden toegepast.

  6. Bij overmacht bepaalt de wedstrijdsecretaris hoe de wedstrijd alsnog wordt gespeeld of administratief wordt afgehandeld.


Artikel 35 – Publicatie en communicatie

  1. Officiële informatie over de wintercompetitie wordt gepubliceerd via de website, Teambeheer, e-mail of andere door DBZP aangewezen communicatiekanalen.

  2. Captains zijn verantwoordelijk voor het controleren van officiële berichten.

  3. Informatie die aan de captain of reservecaptain is verzonden, wordt geacht aan het team te zijn meegedeeld.

  4. De captain is verantwoordelijk voor het doorgeven van relevante informatie aan de spelers van het team.

  5. Kennelijke fouten in publicaties, standen of programma’s kunnen door DBZP worden hersteld.


Artikel 36 – Slotbepalingen

  1. Dit reglement treedt in werking bij aanvang van het seizoen 2026-2027.

  2. Met de inwerkingtreding van dit reglement vervallen eerdere wintercompetitiereglementen, voor zover deze door dit reglement worden vervangen.

  3. Het bestuur kan kennelijke schrijf-, nummerings- en verwijzingsfouten herstellen, mits daarmee geen inhoudelijke wijziging wordt aangebracht.

  4. Inhoudelijke wijzigingen worden vastgesteld door de Algemene Ledenvergadering, tenzij het gaat om uitvoeringsbesluiten die binnen de bevoegdheid van het bestuur of de wedstrijdsecretaris vallen.

  5. In alle gevallen waarin dit reglement niet voorziet, beslist het bestuur of de wedstrijdsecretaris namens het bestuur, met inachtneming van de statuten, het Huishoudelijk Reglement en de overige DBZP-reglementen.

Versiehistorie

Eerdere gepubliceerde of gearchiveerde versies blijven hier beschikbaar voor naslag.

Versie 1.1 Actueel • 11 juli 2026 20:49
Update verzetregeling.
Download PDF van deze versie